BWBR0051611
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 1
Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
– adviescollege: adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers als bedoeld in artikel 1 van Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers;
– dienstverband: aanstelling, arbeidsovereenkomst of andere titel op grond waarvan tegen betaling opgedragen taken worden verricht;
– bewindspersoon: minister of staatssecretaris;
– gewezen bewindspersoon: bewindspersoon aan wie door Ons ontslag is verleend;
– Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
– voormalig ministerie: het ministerie of de ministeries waarvoor de gewezen bewindspersoon binnen de periode van twee jaar voor zijn ontslag werkzaamheden heeft verricht.
– adviescollege: adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers als bedoeld in artikel 1 van Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers;
– dienstverband: aanstelling, arbeidsovereenkomst of andere titel op grond waarvan tegen betaling opgedragen taken worden verricht;
– bewindspersoon: minister of staatssecretaris;
– gewezen bewindspersoon: bewindspersoon aan wie door Ons ontslag is verleend;
– Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
– voormalig ministerie: het ministerie of de ministeries waarvoor de gewezen bewindspersoon binnen de periode van twee jaar voor zijn ontslag werkzaamheden heeft verricht.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051611
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl