BWBR0051582
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 2.1
Besluit kinderopvang BES
Omstandigheden als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de wet zijn:
a. binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang is geen plek om het kind te plaatsen;
b. de houder of gastouder: 1°. kan niet de ondersteuning bieden die het kind nodig heeft; en
2°. als gevolg daarvan kan voor dat kind of andere kinderen binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang geen verantwoorde kinderopvang worden geboden;
1°. kan niet de ondersteuning bieden die het kind nodig heeft; en
2°. als gevolg daarvan kan voor dat kind of andere kinderen binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang geen verantwoorde kinderopvang worden geboden;
c. de houder of gastouder vraagt geen kinderopvangvergoeding aan voor het kind en ontvangt geen kinderopvangvergoeding voor andere kinderen binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang; of
d. de houder of gastouder verwacht redelijkerwijs dat de ouder de ouderbijdrage niet zal voldoen en uiterlijk zes maanden voor de beoogde ingangsdatum van de nieuwe kinderopvangovereenkomst is de kinderopvangvergoeding beëindigd op grond van artikel 3.3, derde lid, onderdeel c, van de wet in het kader van een voorgaande kinderopvangovereenkomst tussen de houder of gastouder en de ouder.
a. binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang is geen plek om het kind te plaatsen;
b. de houder of gastouder: 1°. kan niet de ondersteuning bieden die het kind nodig heeft; en
2°. als gevolg daarvan kan voor dat kind of andere kinderen binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang geen verantwoorde kinderopvang worden geboden;
1°. kan niet de ondersteuning bieden die het kind nodig heeft; en
2°. als gevolg daarvan kan voor dat kind of andere kinderen binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang geen verantwoorde kinderopvang worden geboden;
c. de houder of gastouder vraagt geen kinderopvangvergoeding aan voor het kind en ontvangt geen kinderopvangvergoeding voor andere kinderen binnen het kindercentrum of de voorziening voor gastouderopvang; of
d. de houder of gastouder verwacht redelijkerwijs dat de ouder de ouderbijdrage niet zal voldoen en uiterlijk zes maanden voor de beoogde ingangsdatum van de nieuwe kinderopvangovereenkomst is de kinderopvangvergoeding beëindigd op grond van artikel 3.3, derde lid, onderdeel c, van de wet in het kader van een voorgaande kinderopvangovereenkomst tussen de houder of gastouder en de ouder.
- Citeren als
- Art. 2.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051582
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl