BWBR0051567
Geldig vanaf 2025-10-04
Artikel 2
Regeling nadere invulling technische of economische noodzaak derdentoegang gasopslaginstallaties
1. Toegang tot een gasopslaginstallatie is in ieder geval technisch of economisch noodzakelijk voor een efficiënte toegang tot het systeem als bedoeld in artikel 18g van de Gaswet, indien:
a. de gasopslaginstallatie een seizoensopslag is;
b. het geheel of gedeeltelijk vullen van de gasopslaginstallatie noodzakelijk is voor het realiseren van de op grond van artikel 6bis van verordening 2017/1938 vastgestelde verplichte vuldoelen of het door de minister vastgestelde vuldoel, bedoeld in het tweede lid; en
c. niet gecontracteerde of niet benutte opslagcapaciteit van de opslaginstallatie niet tegen objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden aan marktpartijen wordt aangeboden, of redelijkerwijs voorzien is dat deze opslagcapaciteit in het volgende opslagjaar niet tegen objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden aan marktpartijen zal worden aangeboden.
2. De minister stelt in het belang van het bepalen van de voor leveringszekerheid benodigde flexibiliteit jaarlijks voor het daaropvolgende opslagjaar, met inachtneming van in ieder geval het overzicht van de leveringszekerheid van gas, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, van de Gaswet, een nationaal vuldoel vast voor op het Nederlands grondgebied gelegen gasopslaginstallaties om op betrouwbare wijze te kunnen voorzien in de verwachte gasvraag van eindafnemers van gas.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het gedeelte van een gasopslaginstallatie dat gebruikt wordt als noodvoorraad.
a. de gasopslaginstallatie een seizoensopslag is;
b. het geheel of gedeeltelijk vullen van de gasopslaginstallatie noodzakelijk is voor het realiseren van de op grond van artikel 6bis van verordening 2017/1938 vastgestelde verplichte vuldoelen of het door de minister vastgestelde vuldoel, bedoeld in het tweede lid; en
c. niet gecontracteerde of niet benutte opslagcapaciteit van de opslaginstallatie niet tegen objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden aan marktpartijen wordt aangeboden, of redelijkerwijs voorzien is dat deze opslagcapaciteit in het volgende opslagjaar niet tegen objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden aan marktpartijen zal worden aangeboden.
2. De minister stelt in het belang van het bepalen van de voor leveringszekerheid benodigde flexibiliteit jaarlijks voor het daaropvolgende opslagjaar, met inachtneming van in ieder geval het overzicht van de leveringszekerheid van gas, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, van de Gaswet, een nationaal vuldoel vast voor op het Nederlands grondgebied gelegen gasopslaginstallaties om op betrouwbare wijze te kunnen voorzien in de verwachte gasvraag van eindafnemers van gas.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het gedeelte van een gasopslaginstallatie dat gebruikt wordt als noodvoorraad.