BWBR0051544
Geldig vanaf 08-10-2025
Artikel 1.9
Deelregeling Programma- en Presentatiebijdrage Fonds Podiumkunsten
1. De subsidie is een bijdrage aan programmeringskosten bestaande uit honoraria, gages en uitkoopsommen.
2. Subsidiabel zijn minimaal zes en maximaal 30 podiumkunstactiviteiten per jaar:
a. die onderdeel zijn van een programmering gericht op het presenteren van podiumkunsten;
b. die onderdeel zijn van een gedeelte van een programmering gericht op het presenteren van podiumkunsten;
c. die onderdeel zijn van een of meerdere festivals gericht op het presenteren van podiumkunsten.
3. Subsidiabel zijn daarnaast uitsluitend podiumkunstactiviteiten als bedoeld in het tweede lid:
a. die een voor het publiek herkenbare samenhang vertonen en in communicatie-uitingen als zodanig aan het publiek worden gepresenteerd;
b. die openbaar toegankelijk zijn; en
c. waarvoor aanvrager artistiek en financieel eindverantwoordelijk is.
4. Niet subsidiabel zijn podiumkunstactiviteiten:
a. die aan te merken zijn als amateurkunst of werk van kunst(vak)studenten;
b. die eigen werk betreffen van of uitgevoerd worden door de aanvrager;
c. die geprogrammeerd zijn door de aanvrager namens of ten behoeve van een ander;
d. die door de aanvrager worden ge(co)produceerd;
e. die op grond van deze regeling binnen dezelfde subsidieronde reeds worden opgevoerd door een andere organisatie die financieel en artistiek verantwoordelijk is voor deze activiteiten.
2. Subsidiabel zijn minimaal zes en maximaal 30 podiumkunstactiviteiten per jaar:
a. die onderdeel zijn van een programmering gericht op het presenteren van podiumkunsten;
b. die onderdeel zijn van een gedeelte van een programmering gericht op het presenteren van podiumkunsten;
c. die onderdeel zijn van een of meerdere festivals gericht op het presenteren van podiumkunsten.
3. Subsidiabel zijn daarnaast uitsluitend podiumkunstactiviteiten als bedoeld in het tweede lid:
a. die een voor het publiek herkenbare samenhang vertonen en in communicatie-uitingen als zodanig aan het publiek worden gepresenteerd;
b. die openbaar toegankelijk zijn; en
c. waarvoor aanvrager artistiek en financieel eindverantwoordelijk is.
4. Niet subsidiabel zijn podiumkunstactiviteiten:
a. die aan te merken zijn als amateurkunst of werk van kunst(vak)studenten;
b. die eigen werk betreffen van of uitgevoerd worden door de aanvrager;
c. die geprogrammeerd zijn door de aanvrager namens of ten behoeve van een ander;
d. die door de aanvrager worden ge(co)produceerd;
e. die op grond van deze regeling binnen dezelfde subsidieronde reeds worden opgevoerd door een andere organisatie die financieel en artistiek verantwoordelijk is voor deze activiteiten.
- Citeren als
- Art. 1.9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051544
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl