BWBR0051491
Geldig vanaf 2025-09-11
Artikel 2
Beleidsregel certificaten EU-handel, uitvoer en wederuitvoer van in gevangenschap geboren en gefokte tijgers en tijgerproducten
1. Een aanvraag voor de afgifte van een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat als bedoeld in artikel 5 van de CITES-basisverordening voor levende, in gevangenschap geboren en gefokte tijgers en delen en afgeleide producten van de tijger wordt afgewezen.
2. In afwijking van het eerste lid kan een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat worden afgegeven, indien:
a. voldaan wordt aan de eisen van artikel 5 van de CITES-basisverordening; en
b. de aanvrager aannemelijk kan maken dat de uitvoervergunning of het wederuitvoercertificaat zal worden gebruikt voor doeleinden die geen afbreuk doen aan de instandhouding van de soort.
3. Een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat wordt gebruikt voor doeleinden die geen afbreuk doen aan de instandhouding van de soort, indien de aanvraag betrekking heeft op:
a. een levende, in gevangenschap geboren en gefokte tijger, die is bestemd voor een zoölogische instelling of een uitwisseling tussen zoölogische instellingen, als onderdeel van een erkend fok- of instandhoudingsprogramma en niet is bestemd voor overwegend commerciële doeleinden;
b. een levende, in gevangenschap geboren en gefokte tijger die voor opvangdoeleinden wordt verplaatst naar een officieel geregistreerd opvangcentrum of reservaat in een derde land, omdat in de Europese Unie geen geschikt opvangcentrum, reservaat of vergunninghoudende dierentuin beschikbaar is en die op de plek waar het dier naartoe wordt verplaatst in een voor de soort geschikte leefruimte zal worden gehouden;
c. een levende, in gevangenschap geboren en gefokte tijger die bestemd is, of delen en afgeleide producten van de tijger die bestemd zijn voor handhavingsdoeleinden of gebruikt worden voor gerechtelijke procedures;
d. delen en afgeleide producten van een in gevangenschap geboren en gefokte tijger, die deel uitmaken van een legitiem onderzoeksproject, met inbegrip van wetenschappelijk, medisch of biomedisch onderzoek, waarbij specimens bestemd zijn voor de vooruitgang van de wetenschap of voor essentiële biomedische doeleinden, en waarbij de soort de enige geschikte blijkt te zijn; of
e. delen en afgeleide producten van in gevangenschap geboren en gefokte tijgers die worden verplaatst en: 1°. deel uitmaken van een uitwisseling van cultuurgoederen tussen musea;
2°. die objecten betreffen die van groot cultureel, artistiek of historisch belang zijn en waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het culturele, artistieke of historische belang bevestigt en het belang van de overdracht onderschrijft; of
3°. die erfstukken betreffen die als onderdeel van persoonlijke bezittingen, een legaat of huisraad in het kader van een verhuizing worden uitgevoerd en niet worden verkocht.
1°. deel uitmaken van een uitwisseling van cultuurgoederen tussen musea;
2°. die objecten betreffen die van groot cultureel, artistiek of historisch belang zijn en waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het culturele, artistieke of historische belang bevestigt en het belang van de overdracht onderschrijft; of
3°. die erfstukken betreffen die als onderdeel van persoonlijke bezittingen, een legaat of huisraad in het kader van een verhuizing worden uitgevoerd en niet worden verkocht.
4. Een aanvraag die betrekking heeft op een transactie als bedoeld in het derde lid, onder b, gaat vergezeld van een onderbouwing dat er binnen de Europese Unie geen geschikte opvangplek is.
5. Een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat voor een transactie als bedoeld in het derde lid, onder b, kan enkel worden verleend na bevestiging van de administratieve instantie van het land van bestemming dat het ontvangend opvangcentrum of reservaat een officieel geregistreerd opvangcentrum of reservaat zonder commercieel oogmerk is dat geen banden heeft met illegale activiteiten en illegale handel.
2. In afwijking van het eerste lid kan een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat worden afgegeven, indien:
a. voldaan wordt aan de eisen van artikel 5 van de CITES-basisverordening; en
b. de aanvrager aannemelijk kan maken dat de uitvoervergunning of het wederuitvoercertificaat zal worden gebruikt voor doeleinden die geen afbreuk doen aan de instandhouding van de soort.
3. Een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat wordt gebruikt voor doeleinden die geen afbreuk doen aan de instandhouding van de soort, indien de aanvraag betrekking heeft op:
a. een levende, in gevangenschap geboren en gefokte tijger, die is bestemd voor een zoölogische instelling of een uitwisseling tussen zoölogische instellingen, als onderdeel van een erkend fok- of instandhoudingsprogramma en niet is bestemd voor overwegend commerciële doeleinden;
b. een levende, in gevangenschap geboren en gefokte tijger die voor opvangdoeleinden wordt verplaatst naar een officieel geregistreerd opvangcentrum of reservaat in een derde land, omdat in de Europese Unie geen geschikt opvangcentrum, reservaat of vergunninghoudende dierentuin beschikbaar is en die op de plek waar het dier naartoe wordt verplaatst in een voor de soort geschikte leefruimte zal worden gehouden;
c. een levende, in gevangenschap geboren en gefokte tijger die bestemd is, of delen en afgeleide producten van de tijger die bestemd zijn voor handhavingsdoeleinden of gebruikt worden voor gerechtelijke procedures;
d. delen en afgeleide producten van een in gevangenschap geboren en gefokte tijger, die deel uitmaken van een legitiem onderzoeksproject, met inbegrip van wetenschappelijk, medisch of biomedisch onderzoek, waarbij specimens bestemd zijn voor de vooruitgang van de wetenschap of voor essentiële biomedische doeleinden, en waarbij de soort de enige geschikte blijkt te zijn; of
e. delen en afgeleide producten van in gevangenschap geboren en gefokte tijgers die worden verplaatst en: 1°. deel uitmaken van een uitwisseling van cultuurgoederen tussen musea;
2°. die objecten betreffen die van groot cultureel, artistiek of historisch belang zijn en waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het culturele, artistieke of historische belang bevestigt en het belang van de overdracht onderschrijft; of
3°. die erfstukken betreffen die als onderdeel van persoonlijke bezittingen, een legaat of huisraad in het kader van een verhuizing worden uitgevoerd en niet worden verkocht.
1°. deel uitmaken van een uitwisseling van cultuurgoederen tussen musea;
2°. die objecten betreffen die van groot cultureel, artistiek of historisch belang zijn en waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het culturele, artistieke of historische belang bevestigt en het belang van de overdracht onderschrijft; of
3°. die erfstukken betreffen die als onderdeel van persoonlijke bezittingen, een legaat of huisraad in het kader van een verhuizing worden uitgevoerd en niet worden verkocht.
4. Een aanvraag die betrekking heeft op een transactie als bedoeld in het derde lid, onder b, gaat vergezeld van een onderbouwing dat er binnen de Europese Unie geen geschikte opvangplek is.
5. Een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat voor een transactie als bedoeld in het derde lid, onder b, kan enkel worden verleend na bevestiging van de administratieve instantie van het land van bestemming dat het ontvangend opvangcentrum of reservaat een officieel geregistreerd opvangcentrum of reservaat zonder commercieel oogmerk is dat geen banden heeft met illegale activiteiten en illegale handel.