BWBR0051451
Geldig vanaf 2025-10-01
Artikel 1.4
Tijdelijke subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten
1. De subsidie kan worden aangevraagd door de in Nederland gevestigde penvoerder van een samenwerkingsverband waarin ten minste drie ondernemingen deelnemen die elk afzonderlijk zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
2. Tot het samenwerkingsverband behoort ten minste één onderneming die actief is als:
a. transportbedrijf, te weten een onderneming die in opdracht van derden goederen vervoert;
b. verlader, te weten een onderneming die een transportbedrijf opdracht geeft tot het vervoeren van goederen; of
c. eigen vervoerder, te weten een onderneming met een eigen wagenpark waarvan het vervoeren van goederen niet het hoofddoel is, doch onderdeel vormt van de bedrijfsvoering.
3. Tot het samenwerkingsverband behoort ten minste één onderneming die:
a. houder is als bedoeld in artikel 1 van de Wet vrachtwagenheffing; en
b. ten minste één voertuig van categorie N2 of N3 volgens verordening 2018/858 op haar naam heeft staan, hetgeen blijkt uit het kentekenregister als bedoeld in artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994.
2. Tot het samenwerkingsverband behoort ten minste één onderneming die actief is als:
a. transportbedrijf, te weten een onderneming die in opdracht van derden goederen vervoert;
b. verlader, te weten een onderneming die een transportbedrijf opdracht geeft tot het vervoeren van goederen; of
c. eigen vervoerder, te weten een onderneming met een eigen wagenpark waarvan het vervoeren van goederen niet het hoofddoel is, doch onderdeel vormt van de bedrijfsvoering.
3. Tot het samenwerkingsverband behoort ten minste één onderneming die:
a. houder is als bedoeld in artikel 1 van de Wet vrachtwagenheffing; en
b. ten minste één voertuig van categorie N2 of N3 volgens verordening 2018/858 op haar naam heeft staan, hetgeen blijkt uit het kentekenregister als bedoeld in artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994.