BWBR0051449
Geldig vanaf 2025-09-03
Artikel 7
Organisatiebesluit BZK 2025
1. De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur.
2. De directie is, naast de beleidsmatige taken zoals genoemd in artikel 6, tweede lid, onderdeel b tot en met jvan dit besluit, belast met de departement brede juridische taken en zelfstandige advisering over onder meer:
a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht, alsmede het vervullen van de functie van Coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden (CSDO);
c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken;
e. de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen;
f. het begeleiden en voeren van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke (gerechtelijke) procedures namens de bewindspersonen of de Staat der Nederlanden en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen, alsmede de advisering in bijzondere opdrachten van bewindspersonen en de ambtelijke top;
g. de rijksbrede stelselverantwoordelijkheid voor de Omgevingswet van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
2. De directie is, naast de beleidsmatige taken zoals genoemd in artikel 6, tweede lid, onderdeel b tot en met jvan dit besluit, belast met de departement brede juridische taken en zelfstandige advisering over onder meer:
a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht, alsmede het vervullen van de functie van Coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden (CSDO);
c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken;
e. de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen;
f. het begeleiden en voeren van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke (gerechtelijke) procedures namens de bewindspersonen of de Staat der Nederlanden en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen, alsmede de advisering in bijzondere opdrachten van bewindspersonen en de ambtelijke top;
g. de rijksbrede stelselverantwoordelijkheid voor de Omgevingswet van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.