BWBR0051423
Geldig vanaf 2025-08-26
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs inburgering 2024
1. In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Wet inburgering:Wet inburgering zoals die gold op 31 december 2021;
b. Besluit inburgering:Besluit inburgering zoals dat gold op 31 december 2021;
c. Regeling inburgering:Regeling inburgering zoals die gold op 31 december 2021.
2. Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in Nederland:
a. het verlenen van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van een diploma, certificaat of ander document, als bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4 van het Besluit inburgering;
b. het verlenen van een gehele vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van het met goed gevolg afleggen van een toets, als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit inburgering;
c. het aanwijzen van een onafhankelijke arts, die een deskundigenverklaring afgeeft over ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering;
d. het verlenen van een gehele ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8 van het Besluit inburgering;
e. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die aantoonbaar voldoende is ingeburgerd, als bedoeld in artikel 2.8a van het Besluit inburgering;
f. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die zich aantoonbaar heeft ingespannen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, als bedoeld in artikel 2.8b van het Besluit inburgering;
g. het verlengen van de inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 2.11 of artikel 2.12 van het Besluit inburgering;
h. het stellen van een nieuwe inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 32 van de Wet inburgering;
i. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, als bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering;
j. het vaststellen van de hoogte van de draagkracht, als bedoeld in artikel 4.9 van het Besluit inburgering;
k. het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van schulden, als bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering;
l. het opleggen van een bestuurlijke boete, als bedoeld in de artikelen 28, 30, 31 of 33 van de Wet inburgering;
m. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, als bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering;
n. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, als bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering;
o. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering, als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering;
p. het afnemen van het inburgeringsexamen, als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van het Besluit inburgering;
q. het ongeldig verklaren van het inburgeringsexamen en het bepalen dat de kandidaat het inburgeringsexamen of een onderdeel daarvan opnieuw moet afleggen, als bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit inburgering;
r. het uitreiken van het inburgeringsdiploma, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het Besluit inburgering;
s. het vaststellen van een examenreglement, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Regeling inburgering;
t. het afgeven van een kennisgeving aan de inburgeringsplichtige inzake de inburgeringsplicht, als bedoeld in artikel 3 van de Wet inburgering;
u. het innen van examengeld, als bedoeld in artikel 3.3 van het Besluit inburgering;
v. het vaststellen van een rentepercentage, als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van het Besluit inburgering;
w. het op verzoek verlenen van vrijstelling van de inburgeringsplicht voor wat betreft het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, als bedoeld in artikel 2.4a van het Besluit inburgering;
x. het stellen van een nieuwe termijn voor het Participatieverklaringstraject, als bedoeld in artikel 29 van de Wet inburgering;
y. het beheren van een geautomatiseerd systeem voor het afleggen en beoordelen van de examens, als bedoeld in de artikelen 3.7 en 3.8 van de Regeling inburgering;
z. het aanwijzen van beoordelaars van examenonderdelen, als bedoeld in artikel 3.9b, tweede en derde lid, van het Besluit inburgering.
aa. het innen en het terugbetalen van het bedrag dat verschuldigd is voor het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een deskundigenverklaring, als bedoeld in artikel 2.4d, vijfde lid, van de Regeling inburgering.
a. Wet inburgering:Wet inburgering zoals die gold op 31 december 2021;
b. Besluit inburgering:Besluit inburgering zoals dat gold op 31 december 2021;
c. Regeling inburgering:Regeling inburgering zoals die gold op 31 december 2021.
2. Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in Nederland:
a. het verlenen van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van een diploma, certificaat of ander document, als bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4 van het Besluit inburgering;
b. het verlenen van een gehele vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van het met goed gevolg afleggen van een toets, als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit inburgering;
c. het aanwijzen van een onafhankelijke arts, die een deskundigenverklaring afgeeft over ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering;
d. het verlenen van een gehele ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8 van het Besluit inburgering;
e. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die aantoonbaar voldoende is ingeburgerd, als bedoeld in artikel 2.8a van het Besluit inburgering;
f. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die zich aantoonbaar heeft ingespannen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, als bedoeld in artikel 2.8b van het Besluit inburgering;
g. het verlengen van de inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 2.11 of artikel 2.12 van het Besluit inburgering;
h. het stellen van een nieuwe inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 32 van de Wet inburgering;
i. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, als bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering;
j. het vaststellen van de hoogte van de draagkracht, als bedoeld in artikel 4.9 van het Besluit inburgering;
k. het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van schulden, als bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering;
l. het opleggen van een bestuurlijke boete, als bedoeld in de artikelen 28, 30, 31 of 33 van de Wet inburgering;
m. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, als bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering;
n. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, als bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering;
o. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering, als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering;
p. het afnemen van het inburgeringsexamen, als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van het Besluit inburgering;
q. het ongeldig verklaren van het inburgeringsexamen en het bepalen dat de kandidaat het inburgeringsexamen of een onderdeel daarvan opnieuw moet afleggen, als bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit inburgering;
r. het uitreiken van het inburgeringsdiploma, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het Besluit inburgering;
s. het vaststellen van een examenreglement, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Regeling inburgering;
t. het afgeven van een kennisgeving aan de inburgeringsplichtige inzake de inburgeringsplicht, als bedoeld in artikel 3 van de Wet inburgering;
u. het innen van examengeld, als bedoeld in artikel 3.3 van het Besluit inburgering;
v. het vaststellen van een rentepercentage, als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van het Besluit inburgering;
w. het op verzoek verlenen van vrijstelling van de inburgeringsplicht voor wat betreft het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, als bedoeld in artikel 2.4a van het Besluit inburgering;
x. het stellen van een nieuwe termijn voor het Participatieverklaringstraject, als bedoeld in artikel 29 van de Wet inburgering;
y. het beheren van een geautomatiseerd systeem voor het afleggen en beoordelen van de examens, als bedoeld in de artikelen 3.7 en 3.8 van de Regeling inburgering;
z. het aanwijzen van beoordelaars van examenonderdelen, als bedoeld in artikel 3.9b, tweede en derde lid, van het Besluit inburgering.
aa. het innen en het terugbetalen van het bedrag dat verschuldigd is voor het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een deskundigenverklaring, als bedoeld in artikel 2.4d, vijfde lid, van de Regeling inburgering.