BWBR0051407
Geldig vanaf 2025-08-21
Artikel 3
Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025
1. Het COA verstrekt aan de gemeente per vreemdeling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, een eenmalige financiële toelage van € 30.000,– ten behoeve van de bekostiging van in ieder geval het tijdelijk onderdak dan wel de onzelfstandige woonruimte en de begeleiding van de vreemdeling.
2. Indien de vreemdeling in het beschikbaar gestelde tijdelijk onderdak niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen, verstrekt het COA, in afwijking van het eerste lid, aan de gemeente per vreemdeling een eenmalige financiële toelage van € 38.000,– ten behoeve van de bekostiging van in ieder geval het tijdelijke onderdak, de begeleiding en de maaltijden van de vreemdeling.
3. Indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, een nagereisd familielid is van de vreemdeling aan wie reeds tijdelijk onderdak, als bedoeld in deze regeling, wordt geboden, ontvangt de gemeente voor dat familielid de financiële toelage, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar rato van de maximale verblijfsduur van twaalf maanden van de eerstgenoemde vreemdeling.
4. Indien uit de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, aan wie reeds tijdelijk onderdak als bedoeld in deze regeling wordt geboden, een kind wordt geboren, ontvangt de gemeente voor dat kind de financiële toelage, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar rato van de maximale verblijfsduur van twaalf maanden van de eerstgenoemde vreemdeling.
2. Indien de vreemdeling in het beschikbaar gestelde tijdelijk onderdak niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen, verstrekt het COA, in afwijking van het eerste lid, aan de gemeente per vreemdeling een eenmalige financiële toelage van € 38.000,– ten behoeve van de bekostiging van in ieder geval het tijdelijke onderdak, de begeleiding en de maaltijden van de vreemdeling.
3. Indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, een nagereisd familielid is van de vreemdeling aan wie reeds tijdelijk onderdak, als bedoeld in deze regeling, wordt geboden, ontvangt de gemeente voor dat familielid de financiële toelage, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar rato van de maximale verblijfsduur van twaalf maanden van de eerstgenoemde vreemdeling.
4. Indien uit de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, aan wie reeds tijdelijk onderdak als bedoeld in deze regeling wordt geboden, een kind wordt geboren, ontvangt de gemeente voor dat kind de financiële toelage, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar rato van de maximale verblijfsduur van twaalf maanden van de eerstgenoemde vreemdeling.