BWBR0051392
Geldig vanaf 2025-08-16
Artikel 2
Tijdelijke Wpg-machtigingsbesluit betreffende de continue screening voor de kennisgeving in de kinderopvang en taxibranche
1. Onverminderd artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, van het besluit, verstrekt de korpschef politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 van de wet, aan de Minister van Justitie en Veiligheid met het oog op de verwerking van die gegevens in de justitiële documentatie ten behoeve van een goede strafrechtspleging, bedoeld in artikel 2, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevensen met het oog op de ambtshalve verstrekkingen van justitiële gegevens bedoeld in artikel 22aen 22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, voor zover het gedragingen zijn betreffende strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur aangevraagde verklaring omtrent het gedrag of strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het werkzaam zijn in de kinderopvang aangevraagde verklaring omtrent het gedrag.
2. De in het eerste lid bedoelde verstrekking van politiegegevens kan slechts de volgende gegevens met betrekking tot natuurlijke personen omvatten:
a. de persoonsidentificerende nummers;
b. de strafbepalingen van het strafbare feit;
c. de kwalificatie van het strafbare feit;
3. De verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens vindt slechts plaats indien het College van procureurs-generaal strafvorderlijke gegevens heeft verwerkt betreffende de in het eerste lid bedoelde gedragingen.
2. De in het eerste lid bedoelde verstrekking van politiegegevens kan slechts de volgende gegevens met betrekking tot natuurlijke personen omvatten:
a. de persoonsidentificerende nummers;
b. de strafbepalingen van het strafbare feit;
c. de kwalificatie van het strafbare feit;
3. De verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens vindt slechts plaats indien het College van procureurs-generaal strafvorderlijke gegevens heeft verwerkt betreffende de in het eerste lid bedoelde gedragingen.