BWBR0051365
Geldig vanaf 03-01-2026
Artikel 6
Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026
Bij het verdelen van de instroomplaatsen over individuele zorgaanbieders houdt de NZa zich aan de maximale instroomaantallen, fte en criteria zoals opgenomen in de aanwijzing van de Minister van VWS van 10 december 2025 met kenmerk 4315913-1091949-PZo. Hierbij betrekt de NZa de toewijzingsvoorstellen van TOP Opleidingsplaatsen en Stichting BOLS. Voor de opleidingen tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsarts baseert de NZa zich op de instroomaantallen in voornoemde aanwijzing. Vervolgens kent de NZa deze instroomplaatsen toe aan de individuele zorgaanbieders.
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.
De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch) specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober van jaar t-1. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de doorstroomplaatsen verleent op basis van de overzichten van de CRT van de FGzPt.
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch) specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.
De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, is gebaseerd op het vergoedingsbedrag dat is vastgesteld door de NZa of aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister per aanwijzing ontvangt.
De door de NZa vastgestelde vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.
De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch) specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober van jaar t-1. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de doorstroomplaatsen verleent op basis van de overzichten van de CRT van de FGzPt.
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch) specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.
De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, is gebaseerd op het vergoedingsbedrag dat is vastgesteld door de NZa of aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister per aanwijzing ontvangt.
De door de NZa vastgestelde vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051365
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl