BWBR0051357
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 10
Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag
Traumazorg voor wat betreft Opleiden, Trainen en Oefenen ten behoeve van rampen en crises (OTO), als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5, sub b van de Bijlage.
Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage OTO indien zij de in artikel 10, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in het bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.
De beschikbaarheidbijdrage voor OTO is opgebouwd uit een vaste component en een flexibele component. De vergoedingen in dit artikel zullen lumpsum verstrekt worden, maar moeten wel aan OTO worden besteed.
1 Basisteam: Voor de beschikbaarheidbijdrage OTO gaan we in ieder geval uit van een vaste vergoeding van € 249.467 (prijspeil ultimo 2025) voor het basisteam, deze vergoeding is gebaseerd op de in het kostenonderzoek waargenomen gemiddelde opbouw van personeelsfuncties, zie tabel 2 in de toelichting. In de praktijk kan de precieze opbouw afwijken; de vergoeding kan dus ook worden gebruikt voor een andere functiemix in het basisteam.
2 Materiële kosten en overhead: de aanbieder ontvangt een vast bedrag van € 106.769 (prijspeil ultimo 2025) ter dekking van de materiële kosten en overhead.
3 Convenantspartners: Daarnaast gaan we uit van een vaste vergoeding van € 720.066 (prijspeil ultimo 2025) voor de convenantspartners, opgebouwd uit gemiddeld genomen 6 huisartsenposten (HAP’s), 6 ziekenhuizen (locaties met SEH), 2 regionale ambulance voorzieningen (RAV’s) en 2 gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD’s).
4 Indien de aanbieder meer convenantpartners in het netwerk bedient dan de aantallen genoemd in artikel 3, sub a onder 3, ontvangt de aanbieder een extra normatief bedrag per soort convenantpartner die zij meer bedient.
a. De NZa verleent de beschikbaarheidbijdrage OTO op basis van het aantal en soort convenantpartners in het netwerk in het jaar t–2.
b. De NZa stelt de beschikbaarheidbijdrage OTO vast op basis van het definitieve aantal en soort convenantpartners (peildatum 31 december) in het netwerk over het subsidiejaar t.
c. In de verlening van jaar t zijn de gegevens van jaar t–2 (onder lid 4 sub a) vooraf ingevuld in de aanvraag. Bij de vaststelling van jaar t vullen de traumacentra de werkelijke aantallen in. De NZa controleert de ingevulde gegevens bij de vaststelling van jaar t aan de hand van de gegevens (onder lid 4 sub b) die zij jaarlijks ontvangt van het LNAZ op 1 juli jaar t+1.
1 Het basisteam in de vaste component wordt jaarlijks geïndexeerd met index voor personele kosten.
2 Voor indexering van de overige componenten wordt een verhouding aangehouden van 90% van de index voor de personele kosten en 10% van de index voor de materiële kosten.
Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage OTO indien zij de in artikel 10, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in het bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.
De beschikbaarheidbijdrage voor OTO is opgebouwd uit een vaste component en een flexibele component. De vergoedingen in dit artikel zullen lumpsum verstrekt worden, maar moeten wel aan OTO worden besteed.
1 Basisteam: Voor de beschikbaarheidbijdrage OTO gaan we in ieder geval uit van een vaste vergoeding van € 249.467 (prijspeil ultimo 2025) voor het basisteam, deze vergoeding is gebaseerd op de in het kostenonderzoek waargenomen gemiddelde opbouw van personeelsfuncties, zie tabel 2 in de toelichting. In de praktijk kan de precieze opbouw afwijken; de vergoeding kan dus ook worden gebruikt voor een andere functiemix in het basisteam.
2 Materiële kosten en overhead: de aanbieder ontvangt een vast bedrag van € 106.769 (prijspeil ultimo 2025) ter dekking van de materiële kosten en overhead.
3 Convenantspartners: Daarnaast gaan we uit van een vaste vergoeding van € 720.066 (prijspeil ultimo 2025) voor de convenantspartners, opgebouwd uit gemiddeld genomen 6 huisartsenposten (HAP’s), 6 ziekenhuizen (locaties met SEH), 2 regionale ambulance voorzieningen (RAV’s) en 2 gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD’s).
4 Indien de aanbieder meer convenantpartners in het netwerk bedient dan de aantallen genoemd in artikel 3, sub a onder 3, ontvangt de aanbieder een extra normatief bedrag per soort convenantpartner die zij meer bedient.
a. De NZa verleent de beschikbaarheidbijdrage OTO op basis van het aantal en soort convenantpartners in het netwerk in het jaar t–2.
b. De NZa stelt de beschikbaarheidbijdrage OTO vast op basis van het definitieve aantal en soort convenantpartners (peildatum 31 december) in het netwerk over het subsidiejaar t.
c. In de verlening van jaar t zijn de gegevens van jaar t–2 (onder lid 4 sub a) vooraf ingevuld in de aanvraag. Bij de vaststelling van jaar t vullen de traumacentra de werkelijke aantallen in. De NZa controleert de ingevulde gegevens bij de vaststelling van jaar t aan de hand van de gegevens (onder lid 4 sub b) die zij jaarlijks ontvangt van het LNAZ op 1 juli jaar t+1.
1 Het basisteam in de vaste component wordt jaarlijks geïndexeerd met index voor personele kosten.
2 Voor indexering van de overige componenten wordt een verhouding aangehouden van 90% van de index voor de personele kosten en 10% van de index voor de materiële kosten.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051357
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl