BWBR0051344
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 5
Beleidsregel overige kosten Wlz 2026
Inrichtingskosten van een eenpersoonswoning bij gedwongen verhuizing van een cliënt wegens (i) renovatie en/of (ii) vervangende nieuwbouw en/of (iii) het permanent sluiten van de woning waar de cliënt verblijft voor Wlz-zorg.
Inrichtingskosten van een meerpersoonswoning bij gedwongen verhuizing van cliënten wegens (i) renovatie en/of (ii) vervangende nieuwbouw en/of (iii) het permanent sluiten van de woning waar de cliënten verblijven voor Wlz-zorg.
De bedragen voor de prestaties in deze beleidsregel zijn vaste beleidsregelwaarden. Dit betekent dat het door Wlz-uitvoerder/zorgkantoor en zorgaanbieder overeen te komen tarief slechts door de NZa wordt vastgesteld als dit tarief gelijk is aan de in artikel 5, tweede lid, aangegeven beleidsregelwaarden. Nadat het tarief door de NZa is vastgesteld in een tariefbeschikking is sprake van een vast tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b, van de Wmg.
Het tarief per cliënt is afhankelijk van de bewoning van de woning door één of meerdere cliënten. De beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling zijn in tabel 1 vermeld.
De in tabel 1 genoemde bedragen zijn gebaseerd op de definitieve materiële kostenindex 2024.
1° Er moet sprake zijn van een (i) renovatie en/of (ii) vervangende nieuwbouw van de woning en/of (iii) het permanent sluiten van de woning waar de cliënt verblijft voor Wlz-zorg.
2° De verhuizing houdt verband met de hiervoor achter 1° genoemde voorwaarde en is noodzakelijk.
3° De prestatie kan per cliënt maximaal tweemaal per kalenderjaar worden afgesproken.
4° De cliënt is aangewezen op een zzp vv exclusief de behandeling prestatie.
1° Afspraken over deze prestaties/tarieven kunnen worden ingediend in de gebruikelijke budgetrondes. De budgetaanvraag kan op dit onderdeel, uitsluitend tweezijdig worden ingediend.
2° In de nacalculatie-opgave kunnen de aantallen afgesproken prestaties worden verantwoord. De nacalculatie-opgave kan op dit onderdeel, uitsluitend tweezijdig worden ingediend.
Inrichtingskosten van een meerpersoonswoning bij gedwongen verhuizing van cliënten wegens (i) renovatie en/of (ii) vervangende nieuwbouw en/of (iii) het permanent sluiten van de woning waar de cliënten verblijven voor Wlz-zorg.
De bedragen voor de prestaties in deze beleidsregel zijn vaste beleidsregelwaarden. Dit betekent dat het door Wlz-uitvoerder/zorgkantoor en zorgaanbieder overeen te komen tarief slechts door de NZa wordt vastgesteld als dit tarief gelijk is aan de in artikel 5, tweede lid, aangegeven beleidsregelwaarden. Nadat het tarief door de NZa is vastgesteld in een tariefbeschikking is sprake van een vast tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b, van de Wmg.
Het tarief per cliënt is afhankelijk van de bewoning van de woning door één of meerdere cliënten. De beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling zijn in tabel 1 vermeld.
De in tabel 1 genoemde bedragen zijn gebaseerd op de definitieve materiële kostenindex 2024.
1° Er moet sprake zijn van een (i) renovatie en/of (ii) vervangende nieuwbouw van de woning en/of (iii) het permanent sluiten van de woning waar de cliënt verblijft voor Wlz-zorg.
2° De verhuizing houdt verband met de hiervoor achter 1° genoemde voorwaarde en is noodzakelijk.
3° De prestatie kan per cliënt maximaal tweemaal per kalenderjaar worden afgesproken.
4° De cliënt is aangewezen op een zzp vv exclusief de behandeling prestatie.
1° Afspraken over deze prestaties/tarieven kunnen worden ingediend in de gebruikelijke budgetrondes. De budgetaanvraag kan op dit onderdeel, uitsluitend tweezijdig worden ingediend.
2° In de nacalculatie-opgave kunnen de aantallen afgesproken prestaties worden verantwoord. De nacalculatie-opgave kan op dit onderdeel, uitsluitend tweezijdig worden ingediend.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051344
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl