Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. Huis: het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3 van de Wet bescherming klokkenluiders;
b. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. bureau: het werving- en selectiebureau;
e. commissie incompatibiliteiten: de commissie incompatibiliteiten Huis voor klokkenluiders;
f. Instellingsbesluit:Instellingsbesluit commissie incompatibiliteiten Huis voor klokkenluiders;
g. vertrouwensfunctie: een functie die krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken als zodanig is aangewezen;
h. veiligheidsonderzoek: een onderzoek als bedoeld in de artikelen 7 en 9 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
i. Verklaring van Geen Bezwaar: een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken.
a. Huis: het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3 van de Wet bescherming klokkenluiders;
b. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c. ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. bureau: het werving- en selectiebureau;
e. commissie incompatibiliteiten: de commissie incompatibiliteiten Huis voor klokkenluiders;
f. Instellingsbesluit:Instellingsbesluit commissie incompatibiliteiten Huis voor klokkenluiders;
g. vertrouwensfunctie: een functie die krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken als zodanig is aangewezen;
h. veiligheidsonderzoek: een onderzoek als bedoeld in de artikelen 7 en 9 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
i. Verklaring van Geen Bezwaar: een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken.