BWBR0051223
Geldig vanaf 2025-07-12
Artikel 2
Regeling schoolzuivel 2025
1. De minister verleent op verzoek aan maximaal vier leveranciers van zuivelproducten voor de periode van schooljaar 2025/2026 een erkenning indien de leverancier:
a. bewijst dat hij in een periode van tenminste twee jaar vóór de dag van de erkenningsaanvraag zijn hoofdactiviteiten heeft in de productie of verwerking van zuivelproducten;
b. voldoet aan de voorwaarden van artikel 6 van verordening (EU) 2017/40;
c. verklaart dat hij kennis heeft van en akkoord gaat met een eenheidsprijs aan steun ten bedrage van 40,7 eurocent per eenheid zuivelproducten;
d. in staat is landelijk te leveren;
e. in staat is minimaal 300 scholen te beleveren;
f. verklaart dat hij overeenkomstig de criteria van de bijlage geen verbonden partij is met een andere leverancier van zuivelproducten die om een erkenning verzoekt;
g. verklaart alle medewerking te verschaffen bij op grond van artikel 10 van verordening (EU) 2017/39 te verrichten controles ter plaatse;
h. verklaart akkoord te gaan met belevering van de door de minister toe te wijzen scholen gedurende de perioden van levering als bedoeld in artikel 9, tweede lid;
i. verklaart zich te houden aan de Richtlijnen voor communicatie met de scholen; en
j. communicatie met de minister in het Nederlands voert.
2. Een verzoek om erkenning als bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend in de periode van 14 juli 2025 tot en met 25 juli 2025.
3. Een verzoek om erkenning omvat:
a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel;
b. een recent bedrijfsprofiel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
c. de intern meest uitgebreide jaarrekening over 2023 en 2024;
d. het maximale aantal te beleveren scholen; en
e. bewijsstukken ter voldoening aan de voorwaarde van het eerste lid, onderdeel a.
4. Indien op grond van de ingediende bewijsstukken het voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, niet afdoende aangetoond kan worden, wijst de minister het verzoek om erkenning als leverancier van zuivel af.
5. De minister besluit na afloop van de in het tweede lid bedoelde periode, indien het aantal verzoeken om erkenning dat voldoet aan de erkenningsvoorwaarden meer dan vier is, op basis van loting aan welke leveranciers een erkenning wordt verleend.
6. De minister bepaalt naar rato van het in het verzoek om erkenning aangegeven maximale aantal te beleveren scholen per schooljaar hoeveel en welke scholen aan de erkende leveranciers worden toegewezen.
7. Indien gedurende het schooljaar 2025/2026 een erkenning wordt ingetrokken, worden de aan de desbetreffende leverancier toegewezen scholen verdeeld onder de erkende leveranciers naar rato van het in het verzoek om erkenning aangegeven maximale aantal te beleveren scholen per schooljaar.
8. Het aantal scholen dat per schooljaar aan een leverancier wordt toegewezen is afhankelijk van het beschikbare budget in het betrokken schooljaar en het aantal scholen dat zich aanmeldt.
a. bewijst dat hij in een periode van tenminste twee jaar vóór de dag van de erkenningsaanvraag zijn hoofdactiviteiten heeft in de productie of verwerking van zuivelproducten;
b. voldoet aan de voorwaarden van artikel 6 van verordening (EU) 2017/40;
c. verklaart dat hij kennis heeft van en akkoord gaat met een eenheidsprijs aan steun ten bedrage van 40,7 eurocent per eenheid zuivelproducten;
d. in staat is landelijk te leveren;
e. in staat is minimaal 300 scholen te beleveren;
f. verklaart dat hij overeenkomstig de criteria van de bijlage geen verbonden partij is met een andere leverancier van zuivelproducten die om een erkenning verzoekt;
g. verklaart alle medewerking te verschaffen bij op grond van artikel 10 van verordening (EU) 2017/39 te verrichten controles ter plaatse;
h. verklaart akkoord te gaan met belevering van de door de minister toe te wijzen scholen gedurende de perioden van levering als bedoeld in artikel 9, tweede lid;
i. verklaart zich te houden aan de Richtlijnen voor communicatie met de scholen; en
j. communicatie met de minister in het Nederlands voert.
2. Een verzoek om erkenning als bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend in de periode van 14 juli 2025 tot en met 25 juli 2025.
3. Een verzoek om erkenning omvat:
a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel;
b. een recent bedrijfsprofiel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
c. de intern meest uitgebreide jaarrekening over 2023 en 2024;
d. het maximale aantal te beleveren scholen; en
e. bewijsstukken ter voldoening aan de voorwaarde van het eerste lid, onderdeel a.
4. Indien op grond van de ingediende bewijsstukken het voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, niet afdoende aangetoond kan worden, wijst de minister het verzoek om erkenning als leverancier van zuivel af.
5. De minister besluit na afloop van de in het tweede lid bedoelde periode, indien het aantal verzoeken om erkenning dat voldoet aan de erkenningsvoorwaarden meer dan vier is, op basis van loting aan welke leveranciers een erkenning wordt verleend.
6. De minister bepaalt naar rato van het in het verzoek om erkenning aangegeven maximale aantal te beleveren scholen per schooljaar hoeveel en welke scholen aan de erkende leveranciers worden toegewezen.
7. Indien gedurende het schooljaar 2025/2026 een erkenning wordt ingetrokken, worden de aan de desbetreffende leverancier toegewezen scholen verdeeld onder de erkende leveranciers naar rato van het in het verzoek om erkenning aangegeven maximale aantal te beleveren scholen per schooljaar.
8. Het aantal scholen dat per schooljaar aan een leverancier wordt toegewezen is afhankelijk van het beschikbare budget in het betrokken schooljaar en het aantal scholen dat zich aanmeldt.