BWBR0051162
Geldig vanaf 2025-07-02
Artikel 10
Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden
In het visiedocument beschrijft de aanvrager:
a. de ambitie van het samenwerkingsverband ten aanzien van LLO voor laaggeletterden en laagopgeleiden;
b. de strategie ten aanzien van het bereiken en de begeleiding van de kandidaten, de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en hoe men het onderwijsaanbod inhoudelijk wil vormgeven;
c. de wijze waarop de werkgevers, de laagopgeleide of laaggeletterde werkenden en werkzoekenden in de regio of op het eiland waar het samenwerkingsverband zich op richt, bereikt zullen worden;
d. de arbeidsmarkt binnen de regio of op het eiland waar de aanvrager zich met LLO op richt;
e. de professionaliseringsopgaven bij docenten en andere betrokken professionals op het gebied van kennis over en bewustzijn van de uitdagingen waar laagopgeleide en laaggeletterde onderwijsdeelnemers mee te maken hebben, die noodzakelijk zijn om de beoogde LLO-organisatie te realiseren;
f. de organisatie van de aanvrager en de mate waarin LLO voor laaggeletterden en laagopgeleiden verankerd is dan wel verankerd zal worden in strategie, beleid en uitvoering;
g. de verbinding met mogelijke andere groeifondsprojecten in de regio of daarbuiten, en hoe dit al dan niet bijdraagt aan de kwaliteit van het project en hoe dit kan leiden tot projectvoordelen; en
h. de wijze waarop de subsidieaanvrager de activiteiten en resultaten na afronding van het project wil verduurzamen en verankeren in de regio.
a. de ambitie van het samenwerkingsverband ten aanzien van LLO voor laaggeletterden en laagopgeleiden;
b. de strategie ten aanzien van het bereiken en de begeleiding van de kandidaten, de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en hoe men het onderwijsaanbod inhoudelijk wil vormgeven;
c. de wijze waarop de werkgevers, de laagopgeleide of laaggeletterde werkenden en werkzoekenden in de regio of op het eiland waar het samenwerkingsverband zich op richt, bereikt zullen worden;
d. de arbeidsmarkt binnen de regio of op het eiland waar de aanvrager zich met LLO op richt;
e. de professionaliseringsopgaven bij docenten en andere betrokken professionals op het gebied van kennis over en bewustzijn van de uitdagingen waar laagopgeleide en laaggeletterde onderwijsdeelnemers mee te maken hebben, die noodzakelijk zijn om de beoogde LLO-organisatie te realiseren;
f. de organisatie van de aanvrager en de mate waarin LLO voor laaggeletterden en laagopgeleiden verankerd is dan wel verankerd zal worden in strategie, beleid en uitvoering;
g. de verbinding met mogelijke andere groeifondsprojecten in de regio of daarbuiten, en hoe dit al dan niet bijdraagt aan de kwaliteit van het project en hoe dit kan leiden tot projectvoordelen; en
h. de wijze waarop de subsidieaanvrager de activiteiten en resultaten na afronding van het project wil verduurzamen en verankeren in de regio.