BWBR0051145
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 3
Besluit instelling Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen Rijk
1. De Klachtencommissie bestaat uit een algemeen voorzitter, maximaal 5 plaatsvervangende voorzitters en maximaal 30 leden.
2. De voorzitters, plaatsvervangend voorzitters en leden van de Klachtencommissie worden geworven en geselecteerd door een commissie bestaande uit de GOR Rijk, CAOP en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
3. De leden van de Klachtencommissie worden namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, op voordracht van de commissie bedoeld in het tweede lid, door de directeur van de directie Ambtenaar en Organisatie benoemd.
4. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden de voorzitter, plaatsvervangende voorzitters en leden van de Klachtencommissie benoemd.
5. De benoeming geldt, behalve bij tussentijds ontslag, voor een maximale periode van twee jaar en kan twee keer met maximaal vier jaar worden verlengd.
6. De voorzitter en de overige leden kunnen wegens ongeschiktheid, of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de directeur van de directie Ambtenaar en Organisatie namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
7. Namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan de directeur van de directie Ambtenaar en Organisatie de voorzitter en leden op eigen verzoek tussentijds ontslag verlenen.
8. De namen en functies van de voorzitters en leden van de Klachtencommissie worden opgenomen in een register dat wordt beheerd door het CAOP.
2. De voorzitters, plaatsvervangend voorzitters en leden van de Klachtencommissie worden geworven en geselecteerd door een commissie bestaande uit de GOR Rijk, CAOP en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
3. De leden van de Klachtencommissie worden namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, op voordracht van de commissie bedoeld in het tweede lid, door de directeur van de directie Ambtenaar en Organisatie benoemd.
4. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden de voorzitter, plaatsvervangende voorzitters en leden van de Klachtencommissie benoemd.
5. De benoeming geldt, behalve bij tussentijds ontslag, voor een maximale periode van twee jaar en kan twee keer met maximaal vier jaar worden verlengd.
6. De voorzitter en de overige leden kunnen wegens ongeschiktheid, of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de directeur van de directie Ambtenaar en Organisatie namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
7. Namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan de directeur van de directie Ambtenaar en Organisatie de voorzitter en leden op eigen verzoek tussentijds ontslag verlenen.
8. De namen en functies van de voorzitters en leden van de Klachtencommissie worden opgenomen in een register dat wordt beheerd door het CAOP.