BWBR0051123
Geldig vanaf 2025-06-20
Artikel 3
Beleidsregel bestuurlijke boeten Dienst Toeslagen
1. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Awirkan Dienst Toeslagen een boete opleggen.
2. Dienst Toeslagen herinnert de overtreder voorafgaande aan de aanmaning, als bedoeld in artikel 38 van de Awir, schriftelijk aan de informatieverplichting en de constatering van de overtreding. Deze brief geldt als een waarschuwing.
3. Als een kinderopvangorganisatie de in artikel 38 van de Awirgenoemde informatie niet of niet tijdig verstrekt en Dienst Toeslagen een boete oplegt dan wordt de boetehoogte vastgesteld conform onderstaand schema tenzij bijzondere omstandigheden een andere boetehoogte rechtvaardigen.
Verzuimboete
[tabel]
4. Dienst Toeslagen vermindert de hoogte van de boete indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. In afwijking van de voorgaande leden kan in uitzonderlijke gevallen een boete tot het wettelijk maximum van artikel 40, eerste lid, van de Awirworden opgelegd.
5. Als het aan grove schuld of opzet van de overtreder te wijten is dat de gegevens of inlichtingen niet zijn verstrekt, moet Dienst Toeslagen vooraf een keuze maken tussen het opleggen van een boete op grond van artikel 40, eerste lid, van de Awirof een boete op grond van artikel 41, eerste lid, van de Awir.
2. Dienst Toeslagen herinnert de overtreder voorafgaande aan de aanmaning, als bedoeld in artikel 38 van de Awir, schriftelijk aan de informatieverplichting en de constatering van de overtreding. Deze brief geldt als een waarschuwing.
3. Als een kinderopvangorganisatie de in artikel 38 van de Awirgenoemde informatie niet of niet tijdig verstrekt en Dienst Toeslagen een boete oplegt dan wordt de boetehoogte vastgesteld conform onderstaand schema tenzij bijzondere omstandigheden een andere boetehoogte rechtvaardigen.
Verzuimboete
[tabel]
4. Dienst Toeslagen vermindert de hoogte van de boete indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. In afwijking van de voorgaande leden kan in uitzonderlijke gevallen een boete tot het wettelijk maximum van artikel 40, eerste lid, van de Awirworden opgelegd.
5. Als het aan grove schuld of opzet van de overtreder te wijten is dat de gegevens of inlichtingen niet zijn verstrekt, moet Dienst Toeslagen vooraf een keuze maken tussen het opleggen van een boete op grond van artikel 40, eerste lid, van de Awirof een boete op grond van artikel 41, eerste lid, van de Awir.