BWBR0051116
Geldig vanaf 2025-06-18
Artikel 4
Tijdelijk handelingskader voor de bestrijding van drones NAVO-top 2025
1. Indien een drone door een waarneming van een ambtenaar wordt gesignaleerd, dan maakt hij op basis van de op dat moment beschikbare informatie onverwijld een inschatting van het gevaarzettende en/of ongeoorloofde karakter van de (dreigende) aanwezigheid van de drone en van de aard en ernst van de dreiging of het gevaar voor de veiligheid van personen of zaken. Voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is maakt hij bij die afweging tevens een inschatting van het mogelijk letsel bij personen en/of de schade aan zaken die als voorzienbaar gevolg kunnen optreden wanneer wordt besloten de drone te bestrijden door een of meer van de hierna te noemen handelingen:
a. de ambtenaar detecteert de locatie van de droneoperator en vordert ter plaatse dat deze de drone veilig laat landen op een door de ambtenaar aangewezen plek, dan wel dat de droneoperator het besturingssysteem overdraagt aan de ambtenaar opdat laatstgenoemde de drone tot een landing kan brengen;
b. de ambtenaar verschaft zich de toegang tot het geautomatiseerde netwerk van de drone of een deel daarvan, teneinde de besturing over te nemen dan wel de communicatie tussen de droneoperator en de drone te verstoren;
c. de ambtenaar maakt gebruik van het elektromagnetisch spectrum om de verbinding tussen de droneoperator en de drone te verstoren en/of de uitvoer van een geprogrammeerde route te verstoren, teneinde de drone te doen stoppen;
d. de ambtenaar kiest voor de inzet van een fysieke interventie tegen de drone teneinde deze onverwijld te doen stoppen, met uitzondering van een vuurwapen;
e. de ambtenaar gebruikt een vuurwapen tegen de drone, teneinde deze onverwijld te doen stoppen.
2. Als op basis van de afwegingen en/of in samenspraak met of op uitdrukkelijke last van een meerdere wordt besloten over te gaan tot de uitvoering van een of meer van de in het eerste lid genoemde bestrijdingshandelingen, dan wordt gekozen voor de minst ingrijpende toereikende bestrijdingshandeling, die voorts in redelijke verhouding staat tot het beoogde doel dat erin bestaat de aard en ernst van de gevaarzetting en/of de dreiging van de aanwezigheid van de drone dan wel het ongeoorloofde karakter ervan, te doen stoppen of te verminderen. Bij de uitvoering van de in het eerste lid, onder d en e genoemde handelingen, wordt in verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt en worden de daaraan verbonden risico's zo veel mogelijk beperkt.
a. de ambtenaar detecteert de locatie van de droneoperator en vordert ter plaatse dat deze de drone veilig laat landen op een door de ambtenaar aangewezen plek, dan wel dat de droneoperator het besturingssysteem overdraagt aan de ambtenaar opdat laatstgenoemde de drone tot een landing kan brengen;
b. de ambtenaar verschaft zich de toegang tot het geautomatiseerde netwerk van de drone of een deel daarvan, teneinde de besturing over te nemen dan wel de communicatie tussen de droneoperator en de drone te verstoren;
c. de ambtenaar maakt gebruik van het elektromagnetisch spectrum om de verbinding tussen de droneoperator en de drone te verstoren en/of de uitvoer van een geprogrammeerde route te verstoren, teneinde de drone te doen stoppen;
d. de ambtenaar kiest voor de inzet van een fysieke interventie tegen de drone teneinde deze onverwijld te doen stoppen, met uitzondering van een vuurwapen;
e. de ambtenaar gebruikt een vuurwapen tegen de drone, teneinde deze onverwijld te doen stoppen.
2. Als op basis van de afwegingen en/of in samenspraak met of op uitdrukkelijke last van een meerdere wordt besloten over te gaan tot de uitvoering van een of meer van de in het eerste lid genoemde bestrijdingshandelingen, dan wordt gekozen voor de minst ingrijpende toereikende bestrijdingshandeling, die voorts in redelijke verhouding staat tot het beoogde doel dat erin bestaat de aard en ernst van de gevaarzetting en/of de dreiging van de aanwezigheid van de drone dan wel het ongeoorloofde karakter ervan, te doen stoppen of te verminderen. Bij de uitvoering van de in het eerste lid, onder d en e genoemde handelingen, wordt in verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt en worden de daaraan verbonden risico's zo veel mogelijk beperkt.