BWBR0051106
Geldig vanaf 2025-06-14
Artikel 8
Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik
1. De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de Regeling kunststofproductenvoor eenmalig gebruik wordt als volgt bepaald:
a. voor gemeenten: het aantal inwoners vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per inwoner voor gemeenten in de betreffende grootteklasse als bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met d;
b. voor provincies: de oppervlakte van de provincie in km2 vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km2 als bedoeld in artikel 7, onderdeel e;
c. voor waterschappen: de totale lengte van de waterwegen in km vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km waterweg als bedoeld in artikel 7, onderdeel f;
d. voor Rijkswaterstaat, ProRail onderscheidenlijk Staatsbosbeheer: de wegingsfactor van de betreffende overheidsorganisatie als vermeld in artikel 6, eerste kolom, vermenigvuldigd met de totale kosten voor het opruimen van zwerfafval als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, voor 2023 gecorrigeerd als bedoeld in artikel 3, zijnde € 68.389.812,13 voor 2023 en € 68.029.819,47 voor 2024, vermeerderd met de kosten voor bewustmakingsmaatregelen van artikel 2, onderdeel i, voor 2023 gecorrigeerd met een factor 361/365, en vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, tweede kolom, en voor 2024 vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, derde kolom.
2. Per overheidsorganisatie zijn het gebiedskenmerk, de maximale vergoeding, gebaseerd op de niet afgeronde waarde van de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 7, en de afgeronde wegingsfactor binnen de betreffende categorie overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 7voor 2023 en 2024 vermeld in de tabellen van bijlage 1onderscheidenlijk bijlage 2.
3. De uit te keren vergoedingen worden overeenkomstig artikel 3.2, tweede lid, eerste volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruikgecorrigeerd voor het geïnde bedrag op 1 oktober 2025.
4. Nadien binnengekomen bijdragen worden overeenkomstig artikel 3.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruikaangehouden en naar rato uitbetaald op een later moment.
a. voor gemeenten: het aantal inwoners vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per inwoner voor gemeenten in de betreffende grootteklasse als bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met d;
b. voor provincies: de oppervlakte van de provincie in km2 vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km2 als bedoeld in artikel 7, onderdeel e;
c. voor waterschappen: de totale lengte van de waterwegen in km vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km waterweg als bedoeld in artikel 7, onderdeel f;
d. voor Rijkswaterstaat, ProRail onderscheidenlijk Staatsbosbeheer: de wegingsfactor van de betreffende overheidsorganisatie als vermeld in artikel 6, eerste kolom, vermenigvuldigd met de totale kosten voor het opruimen van zwerfafval als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, voor 2023 gecorrigeerd als bedoeld in artikel 3, zijnde € 68.389.812,13 voor 2023 en € 68.029.819,47 voor 2024, vermeerderd met de kosten voor bewustmakingsmaatregelen van artikel 2, onderdeel i, voor 2023 gecorrigeerd met een factor 361/365, en vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, tweede kolom, en voor 2024 vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, derde kolom.
2. Per overheidsorganisatie zijn het gebiedskenmerk, de maximale vergoeding, gebaseerd op de niet afgeronde waarde van de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 7, en de afgeronde wegingsfactor binnen de betreffende categorie overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 7voor 2023 en 2024 vermeld in de tabellen van bijlage 1onderscheidenlijk bijlage 2.
3. De uit te keren vergoedingen worden overeenkomstig artikel 3.2, tweede lid, eerste volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruikgecorrigeerd voor het geïnde bedrag op 1 oktober 2025.
4. Nadien binnengekomen bijdragen worden overeenkomstig artikel 3.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruikaangehouden en naar rato uitbetaald op een later moment.