BWBR0051085
Geldig vanaf 2025-06-04
Artikel 3
Besluit coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid
1. Onze Minister voorziet voor de verwerking van persoonsgegevens bij of krachtens de wetin:
a. actueel strategisch en tactisch risicogebaseerd informatiebeveiligingsbeleid waarin is vastgelegd op welke wijze invulling wordt gegeven aan de daarvoor geldende normen, waaronder in ieder geval de meest recente door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, vastgestelde richtlijnen;
b. functiescheiding waardoor bij de uitvoering van de in artikel 2 van de wet bedoelde taak onderscheid wordt gemaakt in verschillende taken en rollen;
c. maatregelen waarmee de toegang tot persoonsgegevens op zorgvuldige wijze wordt geregeld;
d. het loggen van zoekopdrachten van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet bedoelde publiek toegankelijke bronnen, voor zover dit onlinebronnen zijn en deze bronnen kunnen worden aangemerkt als sociale media, ten behoeve van het signaleren, analyseren en duiden van trends en fenomenen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet.
2. De persoonsgegevens die in verband met het loggen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden vastgelegd, worden uitsluitend gebruikt voor controledoeleinden. Deze persoonsgegevens worden minimaal een jaar na het genereren van de logregel en ten minste tot de datum waarop de laatste externe gegevensbeschermingsaudit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, heeft plaatsgevonden bewaard.
a. actueel strategisch en tactisch risicogebaseerd informatiebeveiligingsbeleid waarin is vastgelegd op welke wijze invulling wordt gegeven aan de daarvoor geldende normen, waaronder in ieder geval de meest recente door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, vastgestelde richtlijnen;
b. functiescheiding waardoor bij de uitvoering van de in artikel 2 van de wet bedoelde taak onderscheid wordt gemaakt in verschillende taken en rollen;
c. maatregelen waarmee de toegang tot persoonsgegevens op zorgvuldige wijze wordt geregeld;
d. het loggen van zoekopdrachten van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet bedoelde publiek toegankelijke bronnen, voor zover dit onlinebronnen zijn en deze bronnen kunnen worden aangemerkt als sociale media, ten behoeve van het signaleren, analyseren en duiden van trends en fenomenen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet.
2. De persoonsgegevens die in verband met het loggen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden vastgelegd, worden uitsluitend gebruikt voor controledoeleinden. Deze persoonsgegevens worden minimaal een jaar na het genereren van de logregel en ten minste tot de datum waarop de laatste externe gegevensbeschermingsaudit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, heeft plaatsgevonden bewaard.