BWBR0051045
Geldig vanaf 2025-05-17
Artikel 7
Instellingsbesluit Commissie van onderzoek teruggevonden F-16 videobeelden Hawija (Irak)
1. De commissie is bevoegd om zich voor het inwinnen van informatie rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken alle medewerking te verlenen die naar het oordeel van de commissie nodig is voor de vervulling van de in artikel 2genoemde taken, daarbij het in artikel 6bedoelde protocol in acht nemend.
2. Ambtenaren van het ministerie zijn verplicht om de commissie de verlangde medewerking te verlenen voor zover deze samenhangt met hun (huidige dan wel voormalige) ambtelijke taak, conform hun ambtseed.
3. Het ministerie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft voor de vervulling van de in artikel 2genoemde taken, daarbij het in artikel 6bedoelde protocol in acht nemend.
4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het ministerie ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van het ministerie, vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
5. Op de leden van de commissie en het secretariaat, rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid. De minister kan de commissie aanwijzingen geven hoe met deze gegevens om te gaan.
6. De commissie zal zich verantwoorden over de aan haar geboden medewerking in het onderzoeksrapport.
7. De in het vijfde lid genoemde personen dienen hiertoe een veiligheidsonderzoek te ondergaan.
2. Ambtenaren van het ministerie zijn verplicht om de commissie de verlangde medewerking te verlenen voor zover deze samenhangt met hun (huidige dan wel voormalige) ambtelijke taak, conform hun ambtseed.
3. Het ministerie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft voor de vervulling van de in artikel 2genoemde taken, daarbij het in artikel 6bedoelde protocol in acht nemend.
4. De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het ministerie ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van het ministerie, vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
5. Op de leden van de commissie en het secretariaat, rust een geheimhoudingsplicht met betrekking tot gemerkte en gerubriceerde gegevens als bedoeld in het vierde lid. De minister kan de commissie aanwijzingen geven hoe met deze gegevens om te gaan.
6. De commissie zal zich verantwoorden over de aan haar geboden medewerking in het onderzoeksrapport.
7. De in het vijfde lid genoemde personen dienen hiertoe een veiligheidsonderzoek te ondergaan.