BWBR0051039
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 12
Regeling registratie zeeschepen
1. De zeevarenden met een zee-arbeidsovereenkomst met betrekking tot een zeeschip waarvan de inschrijving in het vlagregister is doorgehaald overeenkomstig artikel 13, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de rijkswet, met als doel het schip in een ander land of in een andere staat in het vlagregister in te schrijven terwijl het zeeschip te boek gesteld blijft in Nederland, worden door de reder of eigenaar van dat zeeschip onverwijld schriftelijk in kennis gesteld van de doorhaling.
2. De werkgever en de reder of eigenaar zijn na doorhaling van de inschrijving in het vlagregister hoofdelijk verbonden tegenover de zeevarenden, bedoeld in het eerste lid, voor de nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit diens zee-arbeidsovereenkomsten zoals die golden op het moment van doorhaling.
3. Indien een zeeschip te boek gesteld is in Nederland en de inschrijving in het vlagregister eerder op verzoek uit het vlagregister van Nederland is doorgehaald, wordt door middel van het overleggen van gegevens en documenten bij de aanvraag voor de inschrijving in het vlagregister als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de rijkswet, aangetoond dat uitvoering is gegeven aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid.
2. De werkgever en de reder of eigenaar zijn na doorhaling van de inschrijving in het vlagregister hoofdelijk verbonden tegenover de zeevarenden, bedoeld in het eerste lid, voor de nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit diens zee-arbeidsovereenkomsten zoals die golden op het moment van doorhaling.
3. Indien een zeeschip te boek gesteld is in Nederland en de inschrijving in het vlagregister eerder op verzoek uit het vlagregister van Nederland is doorgehaald, wordt door middel van het overleggen van gegevens en documenten bij de aanvraag voor de inschrijving in het vlagregister als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de rijkswet, aangetoond dat uitvoering is gegeven aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid.