BWBR0050986
Geldig vanaf 2025-04-29
Artikel 1.4
Besluit afwijkend gebruik frequentieruimte
1. Bevoegd tot het gebruik van de apparatuur, bedoeld in artikel 1.3, zijn:
a. de ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en die individueel dan wel uit hoofde van hun functie zijn aangewezen door de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, en
b. de ambtenaren die individueel dan wel uit hoofde van hun functie zijn aangewezen door de minister van Justitie en Veiligheid of Defensie.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de door Onze Minister, handelende in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat, bij ministeriële regeling vastgestelde eisen betreffende kennis van de operationele, technische en juridische aspecten van het gebruik van die apparatuur.
a. de ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en die individueel dan wel uit hoofde van hun functie zijn aangewezen door de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, en
b. de ambtenaren die individueel dan wel uit hoofde van hun functie zijn aangewezen door de minister van Justitie en Veiligheid of Defensie.
2. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de door Onze Minister, handelende in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat, bij ministeriële regeling vastgestelde eisen betreffende kennis van de operationele, technische en juridische aspecten van het gebruik van die apparatuur.