BWBR0050961
Geldig vanaf 2025-04-19
Artikel 2
Beleidsregel zorgvuldig opdrachtgeverschap
Een opdrachtgever voldoet in ieder geval aan de verplichting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, als hij:
a. met betrekking tot de voorgenomen graafwerkzaamheden op deugdelijke wijze een zorgvuldige risico-inventarisatie en een zorgvuldig maatregelenplan heeft opgesteld of onder zijn verantwoordelijkheid heeft laten opstellen;
b. de risico-inventarisatie en het maatregelenplan voor aanvang van de voorgenomen graafwerkzaamheden aan de grondroerder heeft verstrekt;
c. de grondroerder voldoende tijd en middelen ter beschikking stelt om op basis van de risico-inventarisatie en het maatregelenplan de voorgenomen graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze te verrichten;
d. ervoor zorgdraagt dat zowel de afspraken met de grondroerder over de voorbereiding en uitvoering van de voorgenomen graafwerkzaamheden, als zijn gedragingen jegens de grondroerder in elke fase van het graafproces voldoende samenhangend, kenbaar en begrijpelijk zijn om de graafwerkzaamheden zorgvuldig uit te kunnen voeren.
a. met betrekking tot de voorgenomen graafwerkzaamheden op deugdelijke wijze een zorgvuldige risico-inventarisatie en een zorgvuldig maatregelenplan heeft opgesteld of onder zijn verantwoordelijkheid heeft laten opstellen;
b. de risico-inventarisatie en het maatregelenplan voor aanvang van de voorgenomen graafwerkzaamheden aan de grondroerder heeft verstrekt;
c. de grondroerder voldoende tijd en middelen ter beschikking stelt om op basis van de risico-inventarisatie en het maatregelenplan de voorgenomen graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze te verrichten;
d. ervoor zorgdraagt dat zowel de afspraken met de grondroerder over de voorbereiding en uitvoering van de voorgenomen graafwerkzaamheden, als zijn gedragingen jegens de grondroerder in elke fase van het graafproces voldoende samenhangend, kenbaar en begrijpelijk zijn om de graafwerkzaamheden zorgvuldig uit te kunnen voeren.