BWBR0050945
Geldig vanaf 2025-06-01
Artikel 4
Regeling instellingssubsidie vakwedstrijden vo en mbo 2026–2036
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de periode van 1 april 2026 tot en met 31 maart 2036 per boekjaar beschikbaar:
a. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a: een bedrag van maximaal € 1.800.000;
b. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b: een bedrag van maximaal € 4.610.000;
c. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: een bedrag van maximaal € 580.000;
d. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d: een bedrag van maximaal € 300.000.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan voor ten hoogste 1% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag worden ingezet voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan voor ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag worden ingezet voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.
a. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a: een bedrag van maximaal € 1.800.000;
b. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b: een bedrag van maximaal € 4.610.000;
c. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: een bedrag van maximaal € 580.000;
d. voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d: een bedrag van maximaal € 300.000.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan voor ten hoogste 1% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag worden ingezet voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c.
3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan voor ten hoogste 10% van het bij het besluit tot verlening bepaalde bedrag worden ingezet voor de activiteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.