BWBR0050830
Geldig vanaf 06-03-2025
Artikel 7
Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2025
1. Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt:
a. een bedrag van € 2,892 miljoen op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder;
b. een bedrag van € 3,476 miljoen op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden op 30 juni van jaar t-1;
c. een bedrag van € 15,840 miljoen voor zorgkosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
d. een bedrag van € 0,314 miljoen voor beheerskosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
e. een bedrag van € 28,601 miljoen voor onafhankelijke cliëntondersteuning op basis van een opgave van ZN;
f. een bedrag van € 1,791 miljoen voor ondersteuningsteams voor regionale samenwerking op basis van een opgave van ZN;
g. een bedrag van € 2,404 miljoen voor de ontwikkeling van het netwerkmodel iWlz op basis van een opgave van ZN;
h. een bedrag van € 1,717 miljoen voor crisisinterventieteams op basis van een opgave van ZN;
i. een correctie met een bedrag per Wlz-uitvoerder dat bij de overgang naar een nieuwe verdeelsystematiek in 2022 is vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2026. Dit bedrag is opgenomen in onderstaande tabel;
j. het na toepassing van de onderdelen a tot en met i resterende budget voor de Wlz-uitvoerders wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden op 30 juni van jaar t-1.
2. Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van een geoormerkt bedrag, verdeelt het Zorginstituut het bedrag op basis van het aantal ingeschreven Wlz-verzekerden op 30 juni van jaar t-1.
[tabel]
a. een bedrag van € 2,892 miljoen op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder;
b. een bedrag van € 3,476 miljoen op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden op 30 juni van jaar t-1;
c. een bedrag van € 15,840 miljoen voor zorgkosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
d. een bedrag van € 0,314 miljoen voor beheerskosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van een opgave van ZN;
e. een bedrag van € 28,601 miljoen voor onafhankelijke cliëntondersteuning op basis van een opgave van ZN;
f. een bedrag van € 1,791 miljoen voor ondersteuningsteams voor regionale samenwerking op basis van een opgave van ZN;
g. een bedrag van € 2,404 miljoen voor de ontwikkeling van het netwerkmodel iWlz op basis van een opgave van ZN;
h. een bedrag van € 1,717 miljoen voor crisisinterventieteams op basis van een opgave van ZN;
i. een correctie met een bedrag per Wlz-uitvoerder dat bij de overgang naar een nieuwe verdeelsystematiek in 2022 is vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2026. Dit bedrag is opgenomen in onderstaande tabel;
j. het na toepassing van de onderdelen a tot en met i resterende budget voor de Wlz-uitvoerders wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden op 30 juni van jaar t-1.
2. Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van een geoormerkt bedrag, verdeelt het Zorginstituut het bedrag op basis van het aantal ingeschreven Wlz-verzekerden op 30 juni van jaar t-1.
[tabel]
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050830
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl