BWBR0050795
Geldig vanaf 25-02-2025
Artikel 4
Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2025
De uiterste periodes voor het in gebruik nemen van een productie-installatie op grond van artikel 24, tweede lid, van de regeling, worden vastgesteld op:
a. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b: twee jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
b. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
c. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen d, e en f: vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
d. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen g en h: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
e. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel i: vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
f. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit waterkracht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen j en k: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
a. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b: twee jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
b. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
c. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen d, e en f: vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
d. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen g en h: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
e. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel i: vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;
f. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit waterkracht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen j en k: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050795
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl