BWBR0050778
Geldig vanaf 2025-02-15
Artikel 4
Subsidieregeling ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen
1. Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door een coalitie van ten minste vier geografisch aaneengesloten samenwerkingsverbanden. De landelijke samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 18a, vijftiende lid, van de WPO, of artikel 2.47, achttiende lid, van de WVO 2020, kunnen zich bij iedere coalitie aansluiten.
2. De samenwerkingsverbanden die in het kader van deze subsidieregeling gezamenlijk een aanvraag doen wijzen een penvoerder aan. De subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder namens de coalitie.
3. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. Een samenwerkingsverband kan slechts aan één coalitie deelnemen in het kader van deze regeling.
2. De samenwerkingsverbanden die in het kader van deze subsidieregeling gezamenlijk een aanvraag doen wijzen een penvoerder aan. De subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder namens de coalitie.
3. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. Een samenwerkingsverband kan slechts aan één coalitie deelnemen in het kader van deze regeling.