BWBR0050764
Geldig vanaf 2025-02-11
Artikel 4
Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Taakstelling Rijksdienst
1. Vaste leden van de Commissie zijn:
a. de Minister-President, tevens voorzitter;
b. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (NSC);
c. de Minister van Financiën (VVD);
d. de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (NSC);
e. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (PVV); en
e. de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (BBB).
2. Afhankelijk van de agenda wordt de Commissie aangevuld met de voor het te behandelen onderwerp eerstverantwoordelijke minister.
3. Andere dan de genoemde ministers en staatssecretarissen kunnen desgewenst de vergadering van de Commissie bijwonen.
4. De in het tweede en derde lid genoemde ministers hebben dezelfde rechten als de vaste leden.
5. Iedere minister of staatssecretaris kan de Minister-President verzoeken de Commissie in vergadering bijeen te roepen. De voorzitter van de Commissie besluit over het verzoek afstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als coördinerend minister voor het thema van de MCTR.
6. De voorzitter van de Commissie kan toestaan dat staatssecretarissen met raadgevende stem aan vergaderingen deelnemen, voor zover het zaken betreft waarbij zij uit hoofde van hun taak rechtstreeks zijn betrokken.
7. Na overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister of staatssecretaris die daarbij in het bijzonder is betrokken, kunnen op uitnodiging van de voorzitter andere partners en deskundigen als adviseur vanuit een inhoudelijke of operationele expertise aan vergaderingen deelnemen.
8. Ministers of staatssecretarissen kunnen zich met vooraf verkregen toestemming van de voorzitter van de Commissie tijdens vergaderingen door een ambtenaar doen bijstaan.
9. Bij verhindering kan een vast lid zich laten vervangen door een andere minister uit de Commissie, conform de vervangingsregeling voor onderraden.
10. De besluitenlijst van de Commissie behoeft de goedkeuring van de ministerraad.
11. De rubricering van stukken is in principe departementaal vertrouwelijk en worden op de reguliere wijze verspreid. De beraadslagingen en verslaglegging zijn gerubriceerd als staatsgeheim.
a. de Minister-President, tevens voorzitter;
b. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (NSC);
c. de Minister van Financiën (VVD);
d. de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (NSC);
e. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (PVV); en
e. de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (BBB).
2. Afhankelijk van de agenda wordt de Commissie aangevuld met de voor het te behandelen onderwerp eerstverantwoordelijke minister.
3. Andere dan de genoemde ministers en staatssecretarissen kunnen desgewenst de vergadering van de Commissie bijwonen.
4. De in het tweede en derde lid genoemde ministers hebben dezelfde rechten als de vaste leden.
5. Iedere minister of staatssecretaris kan de Minister-President verzoeken de Commissie in vergadering bijeen te roepen. De voorzitter van de Commissie besluit over het verzoek afstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als coördinerend minister voor het thema van de MCTR.
6. De voorzitter van de Commissie kan toestaan dat staatssecretarissen met raadgevende stem aan vergaderingen deelnemen, voor zover het zaken betreft waarbij zij uit hoofde van hun taak rechtstreeks zijn betrokken.
7. Na overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister of staatssecretaris die daarbij in het bijzonder is betrokken, kunnen op uitnodiging van de voorzitter andere partners en deskundigen als adviseur vanuit een inhoudelijke of operationele expertise aan vergaderingen deelnemen.
8. Ministers of staatssecretarissen kunnen zich met vooraf verkregen toestemming van de voorzitter van de Commissie tijdens vergaderingen door een ambtenaar doen bijstaan.
9. Bij verhindering kan een vast lid zich laten vervangen door een andere minister uit de Commissie, conform de vervangingsregeling voor onderraden.
10. De besluitenlijst van de Commissie behoeft de goedkeuring van de ministerraad.
11. De rubricering van stukken is in principe departementaal vertrouwelijk en worden op de reguliere wijze verspreid. De beraadslagingen en verslaglegging zijn gerubriceerd als staatsgeheim.