BWBR0050727
Geldig vanaf 2025-02-01
Artikel 3
Regeling voorzieningen hondengeleiders Defensie
1. Voor de permanente verantwoordelijkheid voor de diensthond(en) waarvoor de hondengeleider de verantwoordelijkheid draagt heeft de hondengeleider aanspraak op een compensatie in de vorm van:
a. een compensatie in tijd van 6 uren per week, die in het rooster van de hondengeleider wordt verwerkt, of;
b. een compensatie in tijd van 3 uren per week die in het rooster van de hondengeleider wordt verwerkt, en een compensatie in geld tegen het bruto uurloon voor 3 uren per week.
2. De hondengeleider kan bij de commandant een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor één van de twee compensatievarianten als bedoeld in het eerste lid onder a of b.
3. De commandant wijst een aanvraag voor een compensatievariant toe, tenzij:
a. naar het oordeel van de commandant het zwaarwegend dienstbelang zich verzet tegen de toewijzing van de compensatievariant onder a van het eerste lid; alsdan wordt de compensatievariant onder b van het eerste lid toegekend;
b. Voor de hondengeleider die onderdeel uitmaakt van een eenheid die in het kader van de operationele inzetbaarheid genoodzaakt is om gedurende werktijd gezamenlijk te trainen en te oefenen als eenheid, geldt daarbij dat indien naar het oordeel van de commandant het zwaarwegend dienstbelang zich tegen toewijzing van beide compensatievarianten onder a en b van het eerste lid verzet de hondengeleider aanspraak maakt op een compensatie in geld tegen het bruto uurloon van 6 uren per week.
4. Een aanspraak op een compensatievariant wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet, tenzij:
a. de hondengeleider een nieuwe aanvraag indient om in aanmerking te komen voor de andere compensatievariant of;
b. de commandant de aanspraak op een compensatievariant beëindigt, omdat naar diens oordeel sprake is van gewijzigde omstandigheden en het zwaarwegend dienstbelang zich tegen voortzetting van de aanspraak verzetten.
5. Indien de militair aanspraak heeft op een toelage VVHO dan wel een toelage meerdaagse activiteiten vervalt de compensatie, bedoeld in dit artikel.
a. een compensatie in tijd van 6 uren per week, die in het rooster van de hondengeleider wordt verwerkt, of;
b. een compensatie in tijd van 3 uren per week die in het rooster van de hondengeleider wordt verwerkt, en een compensatie in geld tegen het bruto uurloon voor 3 uren per week.
2. De hondengeleider kan bij de commandant een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor één van de twee compensatievarianten als bedoeld in het eerste lid onder a of b.
3. De commandant wijst een aanvraag voor een compensatievariant toe, tenzij:
a. naar het oordeel van de commandant het zwaarwegend dienstbelang zich verzet tegen de toewijzing van de compensatievariant onder a van het eerste lid; alsdan wordt de compensatievariant onder b van het eerste lid toegekend;
b. Voor de hondengeleider die onderdeel uitmaakt van een eenheid die in het kader van de operationele inzetbaarheid genoodzaakt is om gedurende werktijd gezamenlijk te trainen en te oefenen als eenheid, geldt daarbij dat indien naar het oordeel van de commandant het zwaarwegend dienstbelang zich tegen toewijzing van beide compensatievarianten onder a en b van het eerste lid verzet de hondengeleider aanspraak maakt op een compensatie in geld tegen het bruto uurloon van 6 uren per week.
4. Een aanspraak op een compensatievariant wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet, tenzij:
a. de hondengeleider een nieuwe aanvraag indient om in aanmerking te komen voor de andere compensatievariant of;
b. de commandant de aanspraak op een compensatievariant beëindigt, omdat naar diens oordeel sprake is van gewijzigde omstandigheden en het zwaarwegend dienstbelang zich tegen voortzetting van de aanspraak verzetten.
5. Indien de militair aanspraak heeft op een toelage VVHO dan wel een toelage meerdaagse activiteiten vervalt de compensatie, bedoeld in dit artikel.