BWBR0050647
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 2
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie Programma III 2025–2030)
1. Voor subsidieverlening in het kader van het Mine Action en Cluster Munitie Programma III 2025–2030 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 een subsidieplafond van € 78.750.000, dat als volgt over de afzonderlijke typen activiteiten wordt verdeeld:
a) € 60.750.000 voor activiteiten gericht op mine action activiteiten;
b) € 14.000.000 voor activiteiten gericht op capaciteitsversterking van nationale mine action autoriteiten.
c) € 4.000.000 voor activiteiten in het kader van contingency funding.
2. Voor subsidieverlening ten laste van het plafond, bedoeld in het eerste lid, sub c, komen uitsluitend in aanmerking organisaties die in aanmerking komen voor subsidieverlening ten laste van de plafonds, bedoeld in het eerste lid, sub a en sub b.
3. Indien middelen resteren van de middelen die zijn bedoeld voor een van beide typen activiteiten als bedoeld in het eerste lid, sub a en sub b, komen deze beschikbaar voor subsidiëring van aanvragen gericht op het andere type activiteiten, voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven die in de beleidsregels bij dit besluit zijn neergelegd. Daarbij geldt dat geen middelen worden overgeheveld voor subsidiëring van activiteiten als bedoeld in het eerste lid, sub b, indien reeds subsidie is verleend voor activiteiten in elk van de in de beleidsregels bij dit besluit vastgestelde focuslanden.
4. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
a) € 60.750.000 voor activiteiten gericht op mine action activiteiten;
b) € 14.000.000 voor activiteiten gericht op capaciteitsversterking van nationale mine action autoriteiten.
c) € 4.000.000 voor activiteiten in het kader van contingency funding.
2. Voor subsidieverlening ten laste van het plafond, bedoeld in het eerste lid, sub c, komen uitsluitend in aanmerking organisaties die in aanmerking komen voor subsidieverlening ten laste van de plafonds, bedoeld in het eerste lid, sub a en sub b.
3. Indien middelen resteren van de middelen die zijn bedoeld voor een van beide typen activiteiten als bedoeld in het eerste lid, sub a en sub b, komen deze beschikbaar voor subsidiëring van aanvragen gericht op het andere type activiteiten, voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven die in de beleidsregels bij dit besluit zijn neergelegd. Daarbij geldt dat geen middelen worden overgeheveld voor subsidiëring van activiteiten als bedoeld in het eerste lid, sub b, indien reeds subsidie is verleend voor activiteiten in elk van de in de beleidsregels bij dit besluit vastgestelde focuslanden.
4. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.