BWBR0050640
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 4
Mandaatbesluit CJIB 2025
Tot het verlenen van volmacht om op te treden als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk worden de volgende ambtenaren aangewezen:
Directeuren (A) zijn, onverminderd artikel 2van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het BW en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend. In aanvulling op artikel 2 sub d van dit besluit zijn deze functionarissen bevoegd tot het nemen van beslissingen voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële en materiële schade tot een bedrag van € 5.000 op grond van het BW.
Managers (B en C) zijn, onverminderd artikel 2van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het BW en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend, met uitzondering van:
a. de bevoegdheid van werkgever tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 CAO Rijk of uitbreiding van contracturen;
b. de bevoegdheid tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in het BW en het verzoeken om ontbinding van een arbeidsovereenkomst aan de kantonrechter als bedoeld in het BW of tot het opstellen van een vaststellingsovereenkomst;
c. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk
d. het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto;
e. de bevoegdheid tot het bevorderen van medewerkers naar een hogere schaal anders dan via vacature/sollicitatie;
f. de bevoegdheid tot het verstrekken van periodieke toelagen als bedoeld in paragraaf 7.9 CAO RIJK;
g. de bevoegdheid tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst van meer dan 36 uur als bedoeld in paragraaf 3.1. van de CAO Rijk;
h. beslissingen ten aanzien van schadeloosstelling op grond van het BW;
i. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende het verstrekken van reisopdrachten aan functionarissen naar landen binnen Europa.
Directeuren (A) zijn, onverminderd artikel 2van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het BW en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend. In aanvulling op artikel 2 sub d van dit besluit zijn deze functionarissen bevoegd tot het nemen van beslissingen voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op immateriële en materiële schade tot een bedrag van € 5.000 op grond van het BW.
Managers (B en C) zijn, onverminderd artikel 2van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het BW en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend, met uitzondering van:
a. de bevoegdheid van werkgever tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 CAO Rijk of uitbreiding van contracturen;
b. de bevoegdheid tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in het BW en het verzoeken om ontbinding van een arbeidsovereenkomst aan de kantonrechter als bedoeld in het BW of tot het opstellen van een vaststellingsovereenkomst;
c. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk
d. het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto;
e. de bevoegdheid tot het bevorderen van medewerkers naar een hogere schaal anders dan via vacature/sollicitatie;
f. de bevoegdheid tot het verstrekken van periodieke toelagen als bedoeld in paragraaf 7.9 CAO RIJK;
g. de bevoegdheid tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst van meer dan 36 uur als bedoeld in paragraaf 3.1. van de CAO Rijk;
h. beslissingen ten aanzien van schadeloosstelling op grond van het BW;
i. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende het verstrekken van reisopdrachten aan functionarissen naar landen binnen Europa.