BWBR0050600
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 2:4
Beleidsregels betalingsregelingen Rijk 2025
1. Het CJIB wijst een verzoek om een betalingsregeling in ieder geval af, indien:
a. de betalingsplichtige naar het oordeel van het CJIB onvoldoende medewerking verleent;
b. de betalingsplichtige verwijtbaar onjuiste gegevens verstrekt;
c. de betalingsregeling zich over een voor het CJIB niet redelijke termijn uitstrekt;
d. het totaal aan openstaande vorderingen niet meer dan € 75 bedraagt.
2. Het CJIB kan een verzoek om een betalingsregeling afwijzen indien:
a. de betalingsplichtige binnen zes maanden voorafgaand aan de indiening van het verzoek een eerder toegestane betalingsregeling verwijtbaar niet is nagekomen;
b. de betalings- of vermogenscapaciteit van de betalingsplichtige zodanig is dat hij direct geheel de vorderingen kan voldoen;
c. de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling naar het oordeel van het CJIB geen uitkomst zal bieden;
d. één of meerdere vorderingen voortkomen uit een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en het slachtoffer of diens nabestaanden op het moment van het verzoek nog geen uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 6:4:8, derde lid, Wetboek van Strafvordering.
a. de betalingsplichtige naar het oordeel van het CJIB onvoldoende medewerking verleent;
b. de betalingsplichtige verwijtbaar onjuiste gegevens verstrekt;
c. de betalingsregeling zich over een voor het CJIB niet redelijke termijn uitstrekt;
d. het totaal aan openstaande vorderingen niet meer dan € 75 bedraagt.
2. Het CJIB kan een verzoek om een betalingsregeling afwijzen indien:
a. de betalingsplichtige binnen zes maanden voorafgaand aan de indiening van het verzoek een eerder toegestane betalingsregeling verwijtbaar niet is nagekomen;
b. de betalings- of vermogenscapaciteit van de betalingsplichtige zodanig is dat hij direct geheel de vorderingen kan voldoen;
c. de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling naar het oordeel van het CJIB geen uitkomst zal bieden;
d. één of meerdere vorderingen voortkomen uit een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en het slachtoffer of diens nabestaanden op het moment van het verzoek nog geen uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 6:4:8, derde lid, Wetboek van Strafvordering.