BWBR0050519
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 9
Regeling IKB politie
1. In december 2024 wordt de tot dan toe opgebouwde vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 23 van het Bbp, en de tot dan toe opgebouwde eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 25b, van het Bbp, aan de ambtenaar uitbetaald.
2. Voor de ambtenaar die een inkomensafhankelijke toeslag ontvangt en die tussen 4 en 29 november 2024 bij het bevoegd gezag aangeeft de opgebouwde uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, om te willen zetten in vakantie-uren worden deze niet uitbetaald maar omgezet in vakantie-uren, op te nemen vanaf het kalenderjaar 2026.
3. Voor het vaststellen van het aantal vakantie-uren wordt uitgegaan van het salaris per uur van de maand december 2024.
4. De vakantie-uren worden in het eerste kwartaal van 2026 toegevoegd aan de verlofkaart van de ambtenaar.
5. De artikelen 22, 23, 25en 26 van het Barpzijn van toepassing op deze vakantie-uren met dien verstande dat voor het ontstaan van een aanspraak op deze uren per ingang van 1 januari 2026 geldt.
6. Indien de ambtenaar voor 1 januari 2026 uit dienst gaat, worden de hierboven benoemde vakantie-uren op grond van artikel 26 van het Barpaan hem uitbetaald.
2. Voor de ambtenaar die een inkomensafhankelijke toeslag ontvangt en die tussen 4 en 29 november 2024 bij het bevoegd gezag aangeeft de opgebouwde uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, om te willen zetten in vakantie-uren worden deze niet uitbetaald maar omgezet in vakantie-uren, op te nemen vanaf het kalenderjaar 2026.
3. Voor het vaststellen van het aantal vakantie-uren wordt uitgegaan van het salaris per uur van de maand december 2024.
4. De vakantie-uren worden in het eerste kwartaal van 2026 toegevoegd aan de verlofkaart van de ambtenaar.
5. De artikelen 22, 23, 25en 26 van het Barpzijn van toepassing op deze vakantie-uren met dien verstande dat voor het ontstaan van een aanspraak op deze uren per ingang van 1 januari 2026 geldt.
6. Indien de ambtenaar voor 1 januari 2026 uit dienst gaat, worden de hierboven benoemde vakantie-uren op grond van artikel 26 van het Barpaan hem uitbetaald.