BWBR0050513
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 11
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken 2025
1. De bevoegdheden van de directeur-generaal gaan in geval van afwezigheid over op de plaatsvervangend directeur-generaal, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
2. De uit dit besluit voor een hoofddirecteur voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op een andere, door de betrokken hoofddirecteur aangewezen hoofddirecteur.
3. De uit dit besluit voor een directeur van de hoofddirecties Transities en Organisatie voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op een andere, door de betrokken directeur aangewezen directeur.
4. De uit dit besluit voor een directeur van de hoofddirectie Dienstverlening voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op de betreffende plaatsvervangend directeur of op een andere, door de betrokken directeur aangewezen directeur.
5. De uit dit besluit voor een afdelingsmanager voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op een andere, door de leidinggevende van de betrokken manager aangewezen afdelingsmanager.
6. Bij afwezigheid van de afdelingsmanager van de afdeling Organisatie en Personeel gaat de bevoegdheid inzake het afhandelen van verzoeken tot betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot de inhuur van tijdelijk personeel en het aannemen van stagiaires, over op de daartoe door die afdelingsmanager aangewezen teammanager of medewerker.
7. De uit dit besluit voor andere functionarissen voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op de leidinggevende of op een door de leidinggevende aangewezen functionaris die dezelfde bevoegdheden heeft als die aan de afwezige functionaris zijn verleend.
2. De uit dit besluit voor een hoofddirecteur voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op een andere, door de betrokken hoofddirecteur aangewezen hoofddirecteur.
3. De uit dit besluit voor een directeur van de hoofddirecties Transities en Organisatie voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op een andere, door de betrokken directeur aangewezen directeur.
4. De uit dit besluit voor een directeur van de hoofddirectie Dienstverlening voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op de betreffende plaatsvervangend directeur of op een andere, door de betrokken directeur aangewezen directeur.
5. De uit dit besluit voor een afdelingsmanager voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op een andere, door de leidinggevende van de betrokken manager aangewezen afdelingsmanager.
6. Bij afwezigheid van de afdelingsmanager van de afdeling Organisatie en Personeel gaat de bevoegdheid inzake het afhandelen van verzoeken tot betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot de inhuur van tijdelijk personeel en het aannemen van stagiaires, over op de daartoe door die afdelingsmanager aangewezen teammanager of medewerker.
7. De uit dit besluit voor andere functionarissen voortvloeiende bevoegdheden gaan in het geval van afwezigheid over op de leidinggevende of op een door de leidinggevende aangewezen functionaris die dezelfde bevoegdheden heeft als die aan de afwezige functionaris zijn verleend.