BWBR0050438
Geldig vanaf 2024-11-21
Artikel 9
Regeling specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp
1. De aanvrager streeft ernaar dat:
a. uitvoering gegeven wordt aan het bovenregionaal plan;
b. activiteiten genoemd in deze regeling worden uitgevoerd met inachtneming van de bestuurlijke afspraken;
c. uiterlijk 1 april 2025 een projectleider transformatie gesloten jeugdhulp is aangesteld; en
d. de projectleider transformatie gesloten jeugdhulp of een vertegenwoordiger van de coördinerende gemeente deelneemt aan het landelijk overleg transformatie gesloten jeugdhulp.
2. De aanvrager informeert de minister desgevraagd over de stand van zaken van de transformatie van de gesloten jeugdhulp.
3. De aanvrager meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of
b. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
4. De aanvrager draagt er zorg voor dat de vanwege deze uitkering verstrekte middelen niet worden aangewend voor activiteiten waarvoor zij op andere wijze een vergoeding ontvangen.
a. uitvoering gegeven wordt aan het bovenregionaal plan;
b. activiteiten genoemd in deze regeling worden uitgevoerd met inachtneming van de bestuurlijke afspraken;
c. uiterlijk 1 april 2025 een projectleider transformatie gesloten jeugdhulp is aangesteld; en
d. de projectleider transformatie gesloten jeugdhulp of een vertegenwoordiger van de coördinerende gemeente deelneemt aan het landelijk overleg transformatie gesloten jeugdhulp.
2. De aanvrager informeert de minister desgevraagd over de stand van zaken van de transformatie van de gesloten jeugdhulp.
3. De aanvrager meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:
a. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of
b. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
4. De aanvrager draagt er zorg voor dat de vanwege deze uitkering verstrekte middelen niet worden aangewend voor activiteiten waarvoor zij op andere wijze een vergoeding ontvangen.