BWBR0050435
Geldig vanaf 19-11-2024
Artikel 8.2
Beleidsregels risicoverevening 2025
1. Het Zorginstituut bepaalt per zorgverzekeraar de som van de bestanddelen bedoeld in Artikel 8.1, eerste lid, onderdeel a tot en met c, en de uitkering, bedoeld in Artikel 8.1, tweede lid.
2. Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de som van de vereveningsbijdrage 2025, bedoeld in Artikel 2.29, vierde lid, de uitkering, bedoeld in Artikel 8.1, tweede lid en de normatieve opbrengst van het eigen risico 2025, zoals bepaald in Artikel 2.28, vijfde lid.
3. Het Zorginstituut deelt het resultaat uit het tweede lid door het resultaat van het eerste lid.
4. Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar ieder van de bestanddelen bedoeld in Artikel 8.1 eerste lid, onderdeel a tot en met c, en de uitkering bedoeld in Artikel 8.1, tweede lid, met de uitkomst op grond van het derde lid.
5. De resultaten van het vierde lid worden respectievelijk genoemd als volgt:
a. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag variabele zorgkosten 2025;
b. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag vaste zorgkosten 2025;
c. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2025;
d. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op de uitkering in verband met de uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar.
6. Het Zorginstituut vermindert de som van de netto te betalen bedragen, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a tot en met d, met de aftrekpost voor de normatieve opbrengst van het eigen risico 2025, bedoeld in Artikel 8.1, eerste lid, onderdeel d.
7. Het Zorginstituut stelt de maandelijks te betalen termijnen vast aan de hand van het op grond van het zesde lid berekende bedrag en het betalingsschema bedoeld in het twaalfde lid.
8. Het Zorginstituut saldeert de maandelijks te betalen termijnen, bedoeld in het zevende lid, met de resterende te betalen termijnen van de overeenkomstige maand van de op grond van de Beleidsregels risicoverevening 2024 te betalen termijnen.
9. Het Zorginstituut betaalt de in het achtste lid bedoelde termijnen op de eerste werkdag van de maand.
10. Indien na de saldering, bedoeld in het achtste lid, de te betalen termijn per maand op enig moment tot een negatief bedrag leidt, stelt het Zorginstituut dit negatieve bedrag vast en vordert het Zorginstituut het bedrag op de eerste werkdag van de betreffende maand in.
11. Indien de zorgverzekeraar het bedrag bedoeld in het tiende lid niet aan het Zorginstituut heeft betaald, verrekent het Zorginstituut het verschuldigde bedrag met de betalingen aan de zorgverzekeraar totdat het verschuldigde bedrag is voldaan.
12. Het betalingsschema luidt als volgt:
[tabel]
13. Voor een zorgverzekeraar die zich op grond van artikel 25 van de wet aanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het Zorginstituut de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het Zorginstituut voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden.
14. Het Zorginstituut kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de vereveningsbijdrage, de vereveningsbijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde vereveningsbijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen.
2. Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de som van de vereveningsbijdrage 2025, bedoeld in Artikel 2.29, vierde lid, de uitkering, bedoeld in Artikel 8.1, tweede lid en de normatieve opbrengst van het eigen risico 2025, zoals bepaald in Artikel 2.28, vijfde lid.
3. Het Zorginstituut deelt het resultaat uit het tweede lid door het resultaat van het eerste lid.
4. Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar ieder van de bestanddelen bedoeld in Artikel 8.1 eerste lid, onderdeel a tot en met c, en de uitkering bedoeld in Artikel 8.1, tweede lid, met de uitkomst op grond van het derde lid.
5. De resultaten van het vierde lid worden respectievelijk genoemd als volgt:
a. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag variabele zorgkosten 2025;
b. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag vaste zorgkosten 2025;
c. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2025;
d. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op de uitkering in verband met de uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar.
6. Het Zorginstituut vermindert de som van de netto te betalen bedragen, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a tot en met d, met de aftrekpost voor de normatieve opbrengst van het eigen risico 2025, bedoeld in Artikel 8.1, eerste lid, onderdeel d.
7. Het Zorginstituut stelt de maandelijks te betalen termijnen vast aan de hand van het op grond van het zesde lid berekende bedrag en het betalingsschema bedoeld in het twaalfde lid.
8. Het Zorginstituut saldeert de maandelijks te betalen termijnen, bedoeld in het zevende lid, met de resterende te betalen termijnen van de overeenkomstige maand van de op grond van de Beleidsregels risicoverevening 2024 te betalen termijnen.
9. Het Zorginstituut betaalt de in het achtste lid bedoelde termijnen op de eerste werkdag van de maand.
10. Indien na de saldering, bedoeld in het achtste lid, de te betalen termijn per maand op enig moment tot een negatief bedrag leidt, stelt het Zorginstituut dit negatieve bedrag vast en vordert het Zorginstituut het bedrag op de eerste werkdag van de betreffende maand in.
11. Indien de zorgverzekeraar het bedrag bedoeld in het tiende lid niet aan het Zorginstituut heeft betaald, verrekent het Zorginstituut het verschuldigde bedrag met de betalingen aan de zorgverzekeraar totdat het verschuldigde bedrag is voldaan.
12. Het betalingsschema luidt als volgt:
[tabel]
13. Voor een zorgverzekeraar die zich op grond van artikel 25 van de wet aanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het Zorginstituut de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het Zorginstituut voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden.
14. Het Zorginstituut kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de vereveningsbijdrage, de vereveningsbijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde vereveningsbijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen.
- Citeren als
- Art. 8.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050435
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl