BWBR0050412
Artikel 1
Beleidsregel zintuiglijk gehandicaptenzorg
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
NZa:
Nederlandse Zorgautoriteit.
Wmg:
Wet marktordening gezondheidszorg.
Zorgaanbieder:
1°. natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg in de zin van
de Wmg verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wmg;
2°. natuurlijk persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens,
ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als
bedoeld onder 1°.
Visuele beperking
Visuele beperking zoals vastgesteld in de richtlijn visusstoornissen, revalidatie
en verwijzing van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). Er is sprake van
een visuele beperking indien
1. een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog en
2. een gezichtsveld < 30 graden, of
3. een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde
ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. De diagnostiek van visuele beperkingen
vindt plaats door middel van metingen met een hulpmiddel (bril of lenzen).
Auditieve beperking
Auditieve beperking zoals vastgesteld in de richtlijnen van de Nederlandse Federatie
van Audiologische Centra (FENAC) voor vaststelling van een auditieve beperking. Er
is sprake van een auditieve beperking indien:
1. het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het
gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4.000 Hz te middelen, of
2. als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het
gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2.000 Hz. De mate van gehoorverlies
wordt vastgesteld middels audiometrie van het beste oor, zonder gebruik te maken van
een eventueel hulpmiddel zoals een gehoorapparaat.
Communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis (TOS)
TOS zoals vastgesteld in de FENAC-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling
van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis. Er
is sprake van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis
als de stoornis te herleiden is tot neurobiologische en/of neuropsychologische factoren.
Hiervoor geldt als voorwaarde dat de taalontwikkelingsstoornis primair is, dat wil
zeggen dat andere problematiek (psychiatrisch, fysiologisch, neurologische) ondergeschikt
is aan de taalontwikkelingsstoornis.
Multidisciplinaire behandeling
Multidisciplinaire behandeling houdt in dat er verschillende disciplines bij de behandeling
betrokken zijn die in hetzelfde behandelingstraject gelijktijdig en/of sequentieel
interventies inzetten in het kader van zg-zorg.
Multidisciplinair overleg (mdo)
Een vooraf geplande overlegsituatie onder regie van de regiebehandelaar waarbij (vanuit
verschillende perspectieven) de diagnostiek en behandelmogelijkheden worden besproken.
Het mdo fungeert als een beslismoment binnen het zorgtraject van de cliënt. Doel is
het komen tot een individueel behandeltraject danwel de evaluatie van de voortgang
en/of afronding daarvan. Het overleg vindt plaats op basis van een duidelijke vraagstelling
en resulteert in een verslaglegging waarin doelstellingen en afspraken zijn vastgelegd.
Systeemgerichte behandeling
Gerichte ‘mede’ behandeling van ouders/verzorgenden, kinderen en volwassenen rondom
de persoon met een zintuiglijke beperking, met betrekking tot het leren omgaan met,
het opheffen of het compenseren van de beperking.
Verblijf
Er is sprake van verblijf als de cliënt ’s nachts in een instelling verblijft. Hierbij
gaat het om verblijf dat geleverd wordt in combinatie met behandeling zintuiglijk
gehandicapten.
Directe behandeltijd
Tijd waarin een hulpverlener direct in contact staat met de cliënt, een groep cliënten
of het cliëntsysteem.
Zorgprogramma
Het zorgprogramma, zoals opgesteld door SIAC (zie www.siac.nu/documenten) beschrijft de behandelaanpak bij een specifieke cliëntengroep. Deze beschrijving
bestaat uit: Kenmerken en factoren van de cliënt en zijn omgeving, hulpvraag van de
cliënt, focus op behandeldoelen en accent van interventies, aanpak om de hulpvraag
van de cliënt te beantwoorden, leveringskenmerken en opbouw van zorgtraject.
Regiebehandelaar
Functionaris die verantwoordelijk is voor de samenhang van de behandeling. Een regiebehandelaar
ziet erop toe dat:
– de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de patiënt wordt bewaakt
en waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
– er adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen bij de behandeling
betrokken zorgverleners;
– er voor de patiënt of diens verwant(en) één aanspreekpunt is voor het tijdig beantwoorden
van vragen over de behandeling.
Revalidatie
Een handeling gericht op de gezondheidssituatie van mensen met een specifieke aandoening/functionele
beperking. Doel is om hun welzijn te verbeteren. Dit wordt gedaan binnen een breed
multidisciplinaire context.
Zorgtraject
Een zorgtraject typeert het geheel van de door de zorgaanbieder geleverde zorg, vertaald
naar prestaties, voortvloeiend uit de zorgvraag van de cliënt.
Nieuwe hulpvraag sector visueel
Recente hulpvraag die afwijkt van eerdere hulpvraag en kan voortvloeien uit drie
soorten (gewijzigde) omstandigheden:
1. Een progressieve visuele aandoening/stoornis die al eerder is gediagnosticeerd. De
aandoening wordt ernstiger, de visusfunctie gaat verder achteruit en/of;
2. Belemmerende persoonlijke factoren en/of
3. Veranderende omstandigheden in de fysieke of sociale omgeving
Belemmerende factoren
Zijn factoren die de voortgang en/of effectiviteit van de revalidatie kunnen vertragen
of belemmeren. Deze factoren kunnen persoonlijk, fysiek, psychologisch, sociaal, omgeving
gerelateerd of cultureel van aard zijn.
Functionele – en handelingsdiagnostiek
Functionele – en handelingsdiagnostiek is gericht op de hulpvraag (waarbij de visuele
aandoening al is vastgesteld) van de cliënt op activiteiten – en participatieniveau,
om de klachten, symptomen en beperkingen in kaart te brengen. Met als doel een passende
behandeling te bepalen.
Aandoeningen diagnostiek (MSZ)
Aandoeningen diagnostiek is een onderzoek binnen de Zintuigelijke gehandicaptenzorg,
gericht op het stellen van een medische diagnose, wat zich vertaalt in Medische Specialistische
Zorg (DBC-OZP 190001/190002).
NZa:
Nederlandse Zorgautoriteit.
Wmg:
Wet marktordening gezondheidszorg.
Zorgaanbieder:
1°. natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg in de zin van
de Wmg verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wmg;
2°. natuurlijk persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens,
ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als
bedoeld onder 1°.
Visuele beperking
Visuele beperking zoals vastgesteld in de richtlijn visusstoornissen, revalidatie
en verwijzing van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). Er is sprake van
een visuele beperking indien
1. een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog en
2. een gezichtsveld < 30 graden, of
3. een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde
ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. De diagnostiek van visuele beperkingen
vindt plaats door middel van metingen met een hulpmiddel (bril of lenzen).
Auditieve beperking
Auditieve beperking zoals vastgesteld in de richtlijnen van de Nederlandse Federatie
van Audiologische Centra (FENAC) voor vaststelling van een auditieve beperking. Er
is sprake van een auditieve beperking indien:
1. het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het
gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4.000 Hz te middelen, of
2. als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het
gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2.000 Hz. De mate van gehoorverlies
wordt vastgesteld middels audiometrie van het beste oor, zonder gebruik te maken van
een eventueel hulpmiddel zoals een gehoorapparaat.
Communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis (TOS)
TOS zoals vastgesteld in de FENAC-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling
van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis. Er
is sprake van een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis
als de stoornis te herleiden is tot neurobiologische en/of neuropsychologische factoren.
Hiervoor geldt als voorwaarde dat de taalontwikkelingsstoornis primair is, dat wil
zeggen dat andere problematiek (psychiatrisch, fysiologisch, neurologische) ondergeschikt
is aan de taalontwikkelingsstoornis.
Multidisciplinaire behandeling
Multidisciplinaire behandeling houdt in dat er verschillende disciplines bij de behandeling
betrokken zijn die in hetzelfde behandelingstraject gelijktijdig en/of sequentieel
interventies inzetten in het kader van zg-zorg.
Multidisciplinair overleg (mdo)
Een vooraf geplande overlegsituatie onder regie van de regiebehandelaar waarbij (vanuit
verschillende perspectieven) de diagnostiek en behandelmogelijkheden worden besproken.
Het mdo fungeert als een beslismoment binnen het zorgtraject van de cliënt. Doel is
het komen tot een individueel behandeltraject danwel de evaluatie van de voortgang
en/of afronding daarvan. Het overleg vindt plaats op basis van een duidelijke vraagstelling
en resulteert in een verslaglegging waarin doelstellingen en afspraken zijn vastgelegd.
Systeemgerichte behandeling
Gerichte ‘mede’ behandeling van ouders/verzorgenden, kinderen en volwassenen rondom
de persoon met een zintuiglijke beperking, met betrekking tot het leren omgaan met,
het opheffen of het compenseren van de beperking.
Verblijf
Er is sprake van verblijf als de cliënt ’s nachts in een instelling verblijft. Hierbij
gaat het om verblijf dat geleverd wordt in combinatie met behandeling zintuiglijk
gehandicapten.
Directe behandeltijd
Tijd waarin een hulpverlener direct in contact staat met de cliënt, een groep cliënten
of het cliëntsysteem.
Zorgprogramma
Het zorgprogramma, zoals opgesteld door SIAC (zie www.siac.nu/documenten) beschrijft de behandelaanpak bij een specifieke cliëntengroep. Deze beschrijving
bestaat uit: Kenmerken en factoren van de cliënt en zijn omgeving, hulpvraag van de
cliënt, focus op behandeldoelen en accent van interventies, aanpak om de hulpvraag
van de cliënt te beantwoorden, leveringskenmerken en opbouw van zorgtraject.
Regiebehandelaar
Functionaris die verantwoordelijk is voor de samenhang van de behandeling. Een regiebehandelaar
ziet erop toe dat:
– de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de patiënt wordt bewaakt
en waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
– er adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen bij de behandeling
betrokken zorgverleners;
– er voor de patiënt of diens verwant(en) één aanspreekpunt is voor het tijdig beantwoorden
van vragen over de behandeling.
Revalidatie
Een handeling gericht op de gezondheidssituatie van mensen met een specifieke aandoening/functionele
beperking. Doel is om hun welzijn te verbeteren. Dit wordt gedaan binnen een breed
multidisciplinaire context.
Zorgtraject
Een zorgtraject typeert het geheel van de door de zorgaanbieder geleverde zorg, vertaald
naar prestaties, voortvloeiend uit de zorgvraag van de cliënt.
Nieuwe hulpvraag sector visueel
Recente hulpvraag die afwijkt van eerdere hulpvraag en kan voortvloeien uit drie
soorten (gewijzigde) omstandigheden:
1. Een progressieve visuele aandoening/stoornis die al eerder is gediagnosticeerd. De
aandoening wordt ernstiger, de visusfunctie gaat verder achteruit en/of;
2. Belemmerende persoonlijke factoren en/of
3. Veranderende omstandigheden in de fysieke of sociale omgeving
Belemmerende factoren
Zijn factoren die de voortgang en/of effectiviteit van de revalidatie kunnen vertragen
of belemmeren. Deze factoren kunnen persoonlijk, fysiek, psychologisch, sociaal, omgeving
gerelateerd of cultureel van aard zijn.
Functionele – en handelingsdiagnostiek
Functionele – en handelingsdiagnostiek is gericht op de hulpvraag (waarbij de visuele
aandoening al is vastgesteld) van de cliënt op activiteiten – en participatieniveau,
om de klachten, symptomen en beperkingen in kaart te brengen. Met als doel een passende
behandeling te bepalen.
Aandoeningen diagnostiek (MSZ)
Aandoeningen diagnostiek is een onderzoek binnen de Zintuigelijke gehandicaptenzorg,
gericht op het stellen van een medische diagnose, wat zich vertaalt in Medische Specialistische
Zorg (DBC-OZP 190001/190002).