BWBR0050406
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 2.14
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd
1. De aanvrager dient binnen 22 weken na afloop van de projectperiode door middel van een elektronisch formulier een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de Minister.
2. Een verzoek tot vaststelling van een subsidie omvat, indien sprake is van een verleende subsidie van € 25.000 of meer, maar minder dan € 125.000, een verklaring inzake werkelijke kosten.
3. Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat, indien sprake is van een verleende subsidie van meer dan € 125.000:
a. een activiteitenverslag, een financieel verslag met daarin overzicht van de kosten per activiteit; en
b. een accountantsproduct, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat een verklaring van de kennisinstelling, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, dat de aanvrager of het samenwerkingsverband bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten de door de kennisinstelling gestelde wetenschappelijke randvoorwaarden heeft toegepast.
5. Het subsidiebedrag kan op nihil worden vastgesteld, of naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de Minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen indien het vereiste minimumaantal werknemers dat aan de activiteit deelneemt niet is behaald.
6. Indien de aanvrager niet voldoet aan dit artikel kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken.
7. Indien het subsidiebedrag wordt verlaagd dan wel de subsidieverlening wordt ingetrokken, worden onverschuldigd betaalde voorschotten teruggevorderd.
2. Een verzoek tot vaststelling van een subsidie omvat, indien sprake is van een verleende subsidie van € 25.000 of meer, maar minder dan € 125.000, een verklaring inzake werkelijke kosten.
3. Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat, indien sprake is van een verleende subsidie van meer dan € 125.000:
a. een activiteitenverslag, een financieel verslag met daarin overzicht van de kosten per activiteit; en
b. een accountantsproduct, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
4. Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat een verklaring van de kennisinstelling, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, dat de aanvrager of het samenwerkingsverband bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten de door de kennisinstelling gestelde wetenschappelijke randvoorwaarden heeft toegepast.
5. Het subsidiebedrag kan op nihil worden vastgesteld, of naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de Minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen indien het vereiste minimumaantal werknemers dat aan de activiteit deelneemt niet is behaald.
6. Indien de aanvrager niet voldoet aan dit artikel kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken.
7. Indien het subsidiebedrag wordt verlaagd dan wel de subsidieverlening wordt ingetrokken, worden onverschuldigd betaalde voorschotten teruggevorderd.