BWBR0050380
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 3
Regeling leeruitkomsten hoger onderwijs
1. Een opleiding wordt in de bijlageopgenomen nadat het instellingsbestuur daartoe bij de minister deze opleiding elektronisch heeft aangemeld en uit de melding en de daarbij op grond van het tweede lid aan te leveren bescheiden blijkt dat sprake is van een opleiding met een substantiële praktijkcomponent.
2. De melding gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
– de gegevens in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.14, derde lid, van de wet;
– het deel van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) waarin de substantiële praktijkcomponent wordt beschreven;
– een positief advies van de opleidingscommissie op de substantiële praktijkcomponent;
– instemming van de betrokken docenten bij de betreffende opleiding.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een clustermelding.
4. De aanmelding van een of meer voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent wordt gedaan op uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het studiejaar waarin de instelling de opleiding op basis van eenheden van leeruitkomsten wil verzorgen.
5. De instelling doet uiterlijk met ingang van 1 maart voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan de opleiding niet langer een substantiële praktijkcomponent omvat, melding hiervan aan de minister.
2. De melding gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
– de gegevens in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.14, derde lid, van de wet;
– het deel van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) waarin de substantiële praktijkcomponent wordt beschreven;
– een positief advies van de opleidingscommissie op de substantiële praktijkcomponent;
– instemming van de betrokken docenten bij de betreffende opleiding.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een clustermelding.
4. De aanmelding van een of meer voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent wordt gedaan op uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het studiejaar waarin de instelling de opleiding op basis van eenheden van leeruitkomsten wil verzorgen.
5. De instelling doet uiterlijk met ingang van 1 maart voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan de opleiding niet langer een substantiële praktijkcomponent omvat, melding hiervan aan de minister.