BWBR0050302
Geldig vanaf 2024-10-17
Artikel 7
Beleidsregel aanwijzing gedragscodes soortenbescherming en houtopstanden
Om te verzekeren dat de activiteiten zorgvuldig worden verricht als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 11.45, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.53" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.53, tweede lid, aanhef en onder b, en derde lid</a>en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.59" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.59, tweede lid en aanhef en onder b, en derde lid, van het besluit</a>:
a. wordt in de gedragscode ten minste de voorwaarde gesteld dat de verrichting van de activiteit wordt begeleid door een ecologisch deskundige; en
b. worden in de gedragscode aan deze deskundige in ieder geval de volgende voorwaarden gesteld: 1°. het beschikken over aantoonbare kennis en ervaring om een natuurwaardenonderzoek te verrichten;
2°. het kennen en herkennen van de functionaliteit van leefgebieden van een beschermde soort;
3°. kennis hebben van erkende onderzoeksmethoden;
4°. het uitwerken van ecologische werkprotocollen; en
5°. begeleiden van specifieke maatregelen ten aanzien van een beschermde soort.
1°. het beschikken over aantoonbare kennis en ervaring om een natuurwaardenonderzoek te verrichten;
2°. het kennen en herkennen van de functionaliteit van leefgebieden van een beschermde soort;
3°. kennis hebben van erkende onderzoeksmethoden;
4°. het uitwerken van ecologische werkprotocollen; en
5°. begeleiden van specifieke maatregelen ten aanzien van een beschermde soort.
a. wordt in de gedragscode ten minste de voorwaarde gesteld dat de verrichting van de activiteit wordt begeleid door een ecologisch deskundige; en
b. worden in de gedragscode aan deze deskundige in ieder geval de volgende voorwaarden gesteld: 1°. het beschikken over aantoonbare kennis en ervaring om een natuurwaardenonderzoek te verrichten;
2°. het kennen en herkennen van de functionaliteit van leefgebieden van een beschermde soort;
3°. kennis hebben van erkende onderzoeksmethoden;
4°. het uitwerken van ecologische werkprotocollen; en
5°. begeleiden van specifieke maatregelen ten aanzien van een beschermde soort.
1°. het beschikken over aantoonbare kennis en ervaring om een natuurwaardenonderzoek te verrichten;
2°. het kennen en herkennen van de functionaliteit van leefgebieden van een beschermde soort;
3°. kennis hebben van erkende onderzoeksmethoden;
4°. het uitwerken van ecologische werkprotocollen; en
5°. begeleiden van specifieke maatregelen ten aanzien van een beschermde soort.