BWBR0050264
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 6
Regeling agentschappen 2024
1. Ten aanzien van het agentschap is er één eindverantwoordelijke binnen het agentschap, één continuïteitsverantwoordelijke en tenminste één beleidsverantwoordelijke.
2. De beleidsverantwoordelijke en eindverantwoordelijke binnen het agentschap bepalen in onderling overleg de activiteiten van het agentschap en deze worden zo concreet als mogelijk geformuleerd.
3. De eindverantwoordelijke binnen het agentschap is verantwoordelijk voor:
a. uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a;
b. het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering; en
c. de verantwoording over het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering.
4. De continuïteitsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor:
a. de continuïteit van het agentschap op de lange termijn;
b. de inrichting van het periodieke overleg, bedoeld in artikel 7, vierde lid;
c. het toetsen en goedkeuren van de begroting, de tarieven, het jaarplan, de leenaanvragen, de aanvragen tot vormen van een bestemmingsfonds en de jaarrekening van het agentschap;
d. het toetsen en goedkeuren van de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onvoorziene ontwikkelingen worden toebedeeld aan het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke;
e. het zorgdragen dat voor zover van toepassing een overschrijding van de grenzen van het eigen vermogen, bedoeld in artikel 11, derde en vierde lid, wordt hersteld; en
f. het opstarten en tijdig afronden van de evaluatie, bedoeld in artikel 16.
2. De beleidsverantwoordelijke en eindverantwoordelijke binnen het agentschap bepalen in onderling overleg de activiteiten van het agentschap en deze worden zo concreet als mogelijk geformuleerd.
3. De eindverantwoordelijke binnen het agentschap is verantwoordelijk voor:
a. uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a;
b. het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering; en
c. de verantwoording over het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering.
4. De continuïteitsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor:
a. de continuïteit van het agentschap op de lange termijn;
b. de inrichting van het periodieke overleg, bedoeld in artikel 7, vierde lid;
c. het toetsen en goedkeuren van de begroting, de tarieven, het jaarplan, de leenaanvragen, de aanvragen tot vormen van een bestemmingsfonds en de jaarrekening van het agentschap;
d. het toetsen en goedkeuren van de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onvoorziene ontwikkelingen worden toebedeeld aan het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke;
e. het zorgdragen dat voor zover van toepassing een overschrijding van de grenzen van het eigen vermogen, bedoeld in artikel 11, derde en vierde lid, wordt hersteld; en
f. het opstarten en tijdig afronden van de evaluatie, bedoeld in artikel 16.