BWBR0050227
Geldig vanaf 2024-10-01
Artikel 2
Regeling specifieke uitkering ten behoeve van het opstellen en uitvoeren van woondeals derde tranche
1. De Minister verstrekt een specifieke uitkering aan een provincie voor de inhuur van capaciteit of expertise om intern ondersteuning te bieden, voor het maken van proceskosten of om gemeenten te ondersteunen in het opstellen en uitvoeren van de woondeals.
2. De hoogte van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, is per provincie vastgesteld en bedraagt (inclusief BTW):
a. Drenthe: € 666.000,–;
b. Flevoland: € 726.000,–;
c. Friesland: € 677.000,–;
d. Gelderland: € 900.000,–;
e. Groningen: € 697.000,–;
f. Limburg: € 700.000,–;
g. Noord-Brabant: € 1.021.000,–;
h. Noord-Holland: € 1.106.000,–;
i. Overijssel: € 744.000,–;
j. Utrecht: € 846.000,–;
k. Zeeland: € 667.000,–;
l. Zuid-Holland: € 1.250.000,–;
3. Alleen activiteiten die sinds 1 januari 2024 zijn uitgevoerd, komen in aanmerking voor een specifieke uitkering.
2. De hoogte van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, is per provincie vastgesteld en bedraagt (inclusief BTW):
a. Drenthe: € 666.000,–;
b. Flevoland: € 726.000,–;
c. Friesland: € 677.000,–;
d. Gelderland: € 900.000,–;
e. Groningen: € 697.000,–;
f. Limburg: € 700.000,–;
g. Noord-Brabant: € 1.021.000,–;
h. Noord-Holland: € 1.106.000,–;
i. Overijssel: € 744.000,–;
j. Utrecht: € 846.000,–;
k. Zeeland: € 667.000,–;
l. Zuid-Holland: € 1.250.000,–;
3. Alleen activiteiten die sinds 1 januari 2024 zijn uitgevoerd, komen in aanmerking voor een specifieke uitkering.