BWBR0050178
Geldig vanaf 2024-09-04
Artikel 9
Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging
1. Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ingediend in de periode van 30 september 2024 tot en met 31 oktober 2024.
2. De minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de periode, bedoeld in het eerste lid.
3. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSgaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
a. een opgave van het nummer waarmee de penvoerder en de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;
b. een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband; en
c. een de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening.
4. Indien de penvoerder of de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging, niet beschikt over een toelatingsvergunning en een AGB-code, gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
a. een contract tussen een zorgverzekeraar en de betreffende zorgaanbieder, waaruit blijkt dat er in 2024 zorg wordt ingekocht bij deze zorgaanbieder in combinatie met factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd; of
b. een schriftelijke verklaring van een zorgverzekeraar aan de betreffende zorgaanbieder in combinatie met een factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd.
5. De penvoerder gebruikt een door de minister vastgesteld formulier voor de aanvraag tot subsidieverlening, de de-minimisverklaring, de samenwerkingsovereenkomst en het activiteitenplan, bedoeld in artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
2. De minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de periode, bedoeld in het eerste lid.
3. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSgaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
a. een opgave van het nummer waarmee de penvoerder en de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;
b. een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband; en
c. een de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening.
4. Indien de penvoerder of de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging, niet beschikt over een toelatingsvergunning en een AGB-code, gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
a. een contract tussen een zorgverzekeraar en de betreffende zorgaanbieder, waaruit blijkt dat er in 2024 zorg wordt ingekocht bij deze zorgaanbieder in combinatie met factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd; of
b. een schriftelijke verklaring van een zorgverzekeraar aan de betreffende zorgaanbieder in combinatie met een factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd.
5. De penvoerder gebruikt een door de minister vastgesteld formulier voor de aanvraag tot subsidieverlening, de de-minimisverklaring, de samenwerkingsovereenkomst en het activiteitenplan, bedoeld in artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.