BWBR0050177
Geldig vanaf 31-08-2024
Artikel 6
Regeling Cofinanciering
1. Cofinanciering in kind kan worden geleverd in de vorm van personele en/of materiële inbreng aan het Project.
2. Cofinanciering in kind kan, tenzij in de Call for Proposals anders is bepaald, in ieder geval niet bestaan uit:
a) financiële bijdragen van derden, daaronder begrepen PPS–toeslag van het Ministerie van Economische zaken en Klimaat;
b) kortingen op commerciële tarieven, waaronder op materialen, apparaten en diensten;
c) kosten met betrekking tot overhead en consultancy;
d) kosten voor producten en/of diensten die voorwaardelijk zijn.
e) kosten die volgens de Call for Proposals niet subsidiabel zijn;
f) kosten van apparatuur indien een van de (hoofd)doelen van de aanvraag is verbetering/meerwaarde te creëren van deze apparatuur;
g) know how of andere vormen van immateriële inzet.
2. Cofinanciering in kind kan, tenzij in de Call for Proposals anders is bepaald, in ieder geval niet bestaan uit:
a) financiële bijdragen van derden, daaronder begrepen PPS–toeslag van het Ministerie van Economische zaken en Klimaat;
b) kortingen op commerciële tarieven, waaronder op materialen, apparaten en diensten;
c) kosten met betrekking tot overhead en consultancy;
d) kosten voor producten en/of diensten die voorwaardelijk zijn.
e) kosten die volgens de Call for Proposals niet subsidiabel zijn;
f) kosten van apparatuur indien een van de (hoofd)doelen van de aanvraag is verbetering/meerwaarde te creëren van deze apparatuur;
g) know how of andere vormen van immateriële inzet.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050177
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl