BWBR0050136
Geldig vanaf 2024-08-16
Artikel 5
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging van directeur-generaal Herstelbeleid aan Radar voor ondersteuning ouders in het buitenland
1. De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht.
2. Eenieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is verleend, past de algemene dan wel specifieke instructies, bedoeld in artikel 10:6 Awb, van de directeur-generaal Herstelbeleid toe.
3. De directeur-generaal Herstelbeleid zorgt ervoor dat de gemandateerden over de informatie beschikken die noodzakelijk is voor een correcte uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. De gemandateerde zorgt ervoor dat de personen aan wie hij ondermandaat verleent eveneens kunnen beschikken over de informatie bedoeld in de eerste volzin.
4. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Awb.
2. Eenieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is verleend, past de algemene dan wel specifieke instructies, bedoeld in artikel 10:6 Awb, van de directeur-generaal Herstelbeleid toe.
3. De directeur-generaal Herstelbeleid zorgt ervoor dat de gemandateerden over de informatie beschikken die noodzakelijk is voor een correcte uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. De gemandateerde zorgt ervoor dat de personen aan wie hij ondermandaat verleent eveneens kunnen beschikken over de informatie bedoeld in de eerste volzin.
4. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Awb.