BWBR0050130
Geldig vanaf 2024-10-01
Artikel 4
Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven
1. Ter uitvoering van de in artikel 2, eerste en tweede lid, onder c en d, genoemde taak verstrekt Onze Minister geen vertrouwelijke gegevens met betrekking tot een bedrijf die hij ingevolge deze wet verkrijgt, als:
a. de geheimhouding van die gegevens onvoldoende is geborgd, of
b. onvoldoende is gewaarborgd dat zij uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij worden verstrekt.
2. Ter uitvoering van de in artikel 2, tweede lid, onder c, genoemde taken kan Onze Minister vertrouwelijke gegevens met betrekking tot een vitale aanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemenof een andere aanbieder die onderdeel is van de Rijksoverheid die hij ingevolge deze wet verkrijgt, zonder diens instemming verstrekken aan de Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de uitvoering van diens taken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen.
3. Ter uitvoering van de in artikel 2, tweede lid, onder d, genoemde taken kan Onze Minister vertrouwelijke gegevens met betrekking tot een digitaledienstverlener als bedoeld in artikel 1 van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemendie hij ingevolge deze wet verkrijgt, zonder diens instemming verstrekken aan het CSIRT voor digitale diensten, ten behoeve van de uitvoering van diens taken als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen.
4. De Wet open overheidis niet van toepassing op gegevens als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, die herleid kunnen worden tot een bedrijf of een in het tweede of derde lid bedoelde aanbieder onderscheidenlijk digitaledienstverlener, behalve voor zover die gegevens milieu-informatie inhouden als bedoeld in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer. De eerste volzin geldt ook als de gegevens bij een ander overheidsorgaan berusten na verstrekking op grond van dit artikel.
a. de geheimhouding van die gegevens onvoldoende is geborgd, of
b. onvoldoende is gewaarborgd dat zij uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor zij worden verstrekt.
2. Ter uitvoering van de in artikel 2, tweede lid, onder c, genoemde taken kan Onze Minister vertrouwelijke gegevens met betrekking tot een vitale aanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemenof een andere aanbieder die onderdeel is van de Rijksoverheid die hij ingevolge deze wet verkrijgt, zonder diens instemming verstrekken aan de Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de uitvoering van diens taken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen.
3. Ter uitvoering van de in artikel 2, tweede lid, onder d, genoemde taken kan Onze Minister vertrouwelijke gegevens met betrekking tot een digitaledienstverlener als bedoeld in artikel 1 van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemendie hij ingevolge deze wet verkrijgt, zonder diens instemming verstrekken aan het CSIRT voor digitale diensten, ten behoeve van de uitvoering van diens taken als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen.
4. De Wet open overheidis niet van toepassing op gegevens als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, die herleid kunnen worden tot een bedrijf of een in het tweede of derde lid bedoelde aanbieder onderscheidenlijk digitaledienstverlener, behalve voor zover die gegevens milieu-informatie inhouden als bedoeld in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer. De eerste volzin geldt ook als de gegevens bij een ander overheidsorgaan berusten na verstrekking op grond van dit artikel.