BWBR0050093
Geldig vanaf 2024-08-01
Artikel 4
Aanwijzingsbesluit certificerende instelling Jeugdwet 2024
Aan de aanwijzing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. KMI past bij de besluitvorming inzake de afgifte van een certificaat of voorlopig certificaat het certificatieschema toe zoals dat is vastgesteld op grond van artikel 3.4, vierde lid, van de Jeugdwet;
b. KMI maakt voor de uitoefening van de taken als certificerende instelling uitsluitend gebruik van auditors die een verklaring omtrent het gedrag hebben verkregen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
c. KMI maakt voor de uitoefening van de taken als certificerende instelling op geen enkel moment gebruik van auditors van wie de verklaring omtrent het gedrag langer dan vijf jaar geleden is afgegeven;
d. KMI houdt op diens website een lijst met namen bij van: 1°. de instellingen die KMI op grond van de Jeugdwet heeft gecertificeerd;
2°. de instellingen die bij KMI een aanvraag voor een certificaat of een voorlopig certificaat hebben ingediend;
1°. de instellingen die KMI op grond van de Jeugdwet heeft gecertificeerd;
2°. de instellingen die bij KMI een aanvraag voor een certificaat of een voorlopig certificaat hebben ingediend;
e. KMI verstrekt jaarlijks aan de Staatssecretaris inzicht in: 1°. alle kosten en baten die voortvloeien uit de activiteiten van KMI als certificerende instelling;
2°. de tarieven die KMI als certificerende instelling hanteert en de wijze waarop deze tarieven zich tot de door KMI gemaakte kosten verhouden;
1°. alle kosten en baten die voortvloeien uit de activiteiten van KMI als certificerende instelling;
2°. de tarieven die KMI als certificerende instelling hanteert en de wijze waarop deze tarieven zich tot de door KMI gemaakte kosten verhouden;
f. KMI treft zodanige voorzieningen en handelt zodanig dat KMI alle informatie- en medewerkingsverplichtingen ten aanzien van de bevoegde toezichthouders en de Staatssecretaris volledig en onbelemmerd kan nakomen.
a. KMI past bij de besluitvorming inzake de afgifte van een certificaat of voorlopig certificaat het certificatieschema toe zoals dat is vastgesteld op grond van artikel 3.4, vierde lid, van de Jeugdwet;
b. KMI maakt voor de uitoefening van de taken als certificerende instelling uitsluitend gebruik van auditors die een verklaring omtrent het gedrag hebben verkregen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
c. KMI maakt voor de uitoefening van de taken als certificerende instelling op geen enkel moment gebruik van auditors van wie de verklaring omtrent het gedrag langer dan vijf jaar geleden is afgegeven;
d. KMI houdt op diens website een lijst met namen bij van: 1°. de instellingen die KMI op grond van de Jeugdwet heeft gecertificeerd;
2°. de instellingen die bij KMI een aanvraag voor een certificaat of een voorlopig certificaat hebben ingediend;
1°. de instellingen die KMI op grond van de Jeugdwet heeft gecertificeerd;
2°. de instellingen die bij KMI een aanvraag voor een certificaat of een voorlopig certificaat hebben ingediend;
e. KMI verstrekt jaarlijks aan de Staatssecretaris inzicht in: 1°. alle kosten en baten die voortvloeien uit de activiteiten van KMI als certificerende instelling;
2°. de tarieven die KMI als certificerende instelling hanteert en de wijze waarop deze tarieven zich tot de door KMI gemaakte kosten verhouden;
1°. alle kosten en baten die voortvloeien uit de activiteiten van KMI als certificerende instelling;
2°. de tarieven die KMI als certificerende instelling hanteert en de wijze waarop deze tarieven zich tot de door KMI gemaakte kosten verhouden;
f. KMI treft zodanige voorzieningen en handelt zodanig dat KMI alle informatie- en medewerkingsverplichtingen ten aanzien van de bevoegde toezichthouders en de Staatssecretaris volledig en onbelemmerd kan nakomen.