BWBR0050067
Geldig vanaf 2024-10-01
Artikel 1.7
Tijdelijke subsidieregeling aanschaf emissieloze touringcars
1. Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor aanvragers als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, voor het jaar 2024: € 1.000.000;
b. voor aanvragers als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel b, voor het jaar 2024: € 1.000.000.
2. Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de voor dat jaar onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de voor dat jaar onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid, onderdeel a.
4. De Minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2024 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld.
5. De Minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
a. voor aanvragers als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, voor het jaar 2024: € 1.000.000;
b. voor aanvragers als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel b, voor het jaar 2024: € 1.000.000.
2. Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de voor dat jaar onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid, onderdeel b.
3. Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de voor dat jaar onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid, onderdeel a.
4. De Minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2024 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld.
5. De Minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.